platform voor kennis, nieuws en opinie
Zoeken
platform voor kennis, nieuws en opinie

Maakt de slimme stad ons juist dom?

Maakt de slimme stad ons juist dom?

Jim Carrey & Jeff Daniels (right) at the premiere of their movie "Dumb and Dumber To" at the Regency Village Theatre, Westwood

Hoewel de eerste échte smart city nog moet worden ontwikkeld, zijn de debatten over wat dat eigenlijk is al springlevend. Aan de ene kant van het spectrum wordt geclaimd dat slimme steden ons juist dommer maken, terwijl aan de andere kant de zegeningen ontelbaar zijn. Hoe we uit die impasse komen? “Met de juiste inzet en leiderschap kunnen slimme tools juist hoopvolle doorbraken opleveren.”

Data wordt nog maar mondjesmaat ingezet voor gebiedsontwikkeling. Interessant, zéér interessant, is de reguliere respons, moeten we echt wat mee - maar nu moeten we weer aan de slag, en dat doen we liever op de oude, vertrouwde wijze. Ook het gebruik van data in bestaande gebieden om zogeheten smart cities te realiseren kent – afgezien van een paar slimme vuilnisbakken hier en wat stoplichten-met-ingebouwde-regensensoren daar – nog geen grote succesverhalen.

Valkuilen en afhaakmomenten

Nu konden we een paar jaar dromen van de ultieme, via data ontwikkelde en bestuurde smart city. Googles moederbedrijf Alphabet was namelijk van plan om in Toronto een compleet datagestuurde wijk uit de grond van een verlaten haventerrein te stampen, maar vlaggenschip Sidewalk Labs sloeg vorig jaar desastreus op de klippen.

Ook in Nederland moet de eerste echte smart city nog opstaan. Ja, er zijn initiatieven, zoals 100 Homes van UNSense in Helmond. Deze wijk moet voorzien worden van allerhande dataverzamelpunten om de mogelijkheden hiervan te testen voor betere mobiliteit, gezondheid en duurzaamheid. De haalbaarheidsstudie is in 2019 goedgekeurd, maar de hele ontwikkeling zelf moet nog op gang komen - inclusief alle valkuilen en afhaakmomenten die daarbij om de hoek komen kijken.

Vergeten of uitvergroot

Toch wordt er zeer druk gediscussieerd over hoe het wél en juist níet moet, mocht die smart city er ooit van komen. In een interview met Boston Globe vertelt Shannon Mattern, hoogleraar antropologie in New York en uitgesproken criticaster, vooral over dat laatste. Het kan heus wat opleveren, zo’n slimme stad, zoals voor verkeersdoorstroming, afvalverwerking en energiezuinige gebouwen. Ook zou de overheid van zo’n slimme stad door haar verregaande digitalisering minder bureaucratie en meer interne samenwerking kennen, plus dat participatie van burgers (variërend van het melden van gaten in de weg tot digitale referenda) een eitje zou zijn. Bovendien bieden sensoren mogelijkheden om burgers een veiliger gevoel te geven, zoals via continue monitoring en voorspellingen over waar criminaliteit de kop kan opsteken.

Kan technologie de oplossing zijn voor problemen die een sociale, culturele, economische én historische oorzaak hebben?

Maar, waarschuwt Mattern, dat is slechts de theorie. In de praktijk worden gemarginaliseerde groepen (zoals mensen met een laag inkomen of een buitenlandse achtergrond) vaak óf vergeten (als het gaat om de voordelen) óf uitvergroot (als het gaat om de voorspelling van criminaliteit). En hoe reëel is het om te denken dat technologie de oplossing kan zijn voor zoiets complex als problemen die een sociale, culturele, economische én historische oorzaak hebben? Bovendien kent ook de technologische medaille zijn keerzijde: afhankelijkheid van leveranciers, inbreuk op privacy, algoritmes die onvoorspelbaar hun werk doen vanuit black boxes, en data die niet meer beschikbaar zijn in het publieke domein.

Geen economie maar autonomie

Nee, stelt de antropoloog, intelligentie komt niet uit een computer, maar uit de bewoners van een stad. “Steden vormen al millennia 'intelligente' omgevingen”, stelt Mattern. “Hun veerkracht en levendigheid zijn toe te schrijven aan een diversiteit aan intelligenties: kennis die wordt verspreid binnen gemeenschappen, belichaamde manieren van weten, inheemse kennis, en de gevoeligheden van andere soorten met wie we onze steden delen.” En doordat smart cities alleen data gebruiken die meetbaar is, vergeten we al die meer complexe, ondoorgrondbare vormen van intelligentie en kennis.

Hoe kan het publieke leven dan wél profiteren van technologie? Mattern geeft twee criteria. Ten eerste: de mensen op wie de technologie van invloed is, moeten deze adequaat kunnen begrijpen. En ten tweede: de voordelen moeten meer domeinen bestrijken dan economie en efficiëntie alleen. Ecologische vooruitgang en menselijke autonomie, vindt zij, zouden de absolute prioriteit moeten krijgen.

Dom blijven

Tot niemands verbazing zijn schrijvers van het platform Data-Smart City Solutions (een initiatief van de Harvard University) het hier mordicus mee oneens. Maar ja. Hoe snoer je deze (door hen smalend ‘advocaten van de domme stad’ genoemde) mensen op adequate wijze de mond?

Stephen Goldsmith, hoogleraar Practice of Urban Policy bij diezelfde Harvard University, en al decennia betrokken bij de ontwikkeling van smart cities, probeert het door te definiëren wat een smart city écht slim maakt. Dat doet hij aan de hand van tien eigenschappen: van slimme infrastructuur (met sensoren die weten wanneer er onderhoud nodig is) en door data beter geïnformeerde ambtenaren tot complete cultuurveranderingen op het stadhuis en veel aandacht voor privacy.

Het antwoord op een ziekte is niet om elk medicijn te weigeren

Mattern stelt natuurlijk valide vragen, benadrukt de hoogleraar, maar dat betekent níet dat we daarom maar voor een domme stad moeten kiezen. Het is bijvoorbeeld niet de technologie die gemarginaliseerden benadeelt, maar het achterliggende beleid. “Door dom te blijven, kunnen deze dagelijkse discriminerende praktijken worden voortgezet. Een slimme stad monitort de ontwikkeling van algoritmes en gebruikt tegelijkertijd gegevens om oneerlijke praktijken aan het licht te brengen.”

Ook Matterns kritiek dat problemen te complex zijn om met enkel technologie op te lossen, schuift Goldsmith terzijde. Data, stelt hij, kan júist helpen om meer inzicht te krijgen in welke groepen meer hulp nodig hebben, en welke partijen subsidies moeten krijgen omdat zij essentiële (maar onrendabele) diensten leveren.

Status quo

Matterns laatste cruciale punt, dat technologie onze afhankelijkheid van grote, geldbeluste techbedrijven vergroot, vindt Goldsmith herkenbaar, maar daarmee niet onoplosbaar. “Het antwoord op een ziekte is niet om elk medicijn te weigeren. Risico is geen argument tegen modernisering.” De oplossing ligt volgens hem in het moderniseren van de aanbestedingspraktijk, die volgens Goldsmith ‘ernstig achterhaald’ is. “Maar doen alsof dit probleem onoplosbaar is, daar is niemand mee geholpen.”

En dus, concludeert Goldsmith, is het tijd om de impasse te doorbreken waarin voorstanders de victorie claimen, technologieleveranciers enkel de zegeningen belichten, en tegenstanders zich opsluiten in hun loopgraven. “Naarmate problemen meer complex en ‘wicked’ worden, en regeringen daarom nieuwe benaderingen nodig hebben, is het absoluut niet slim om vast te houden aan een status quo die geen eerlijke resultaten heeft opgeleverd. Met de juiste inzet en leiderschap kunnen slimme tools juist hoopvolle doorbraken opleveren.”

Cover: 'Jim Carrey & Jeff Daniels (right) at the premiere of their movie "Dumb and Dumber To" at the Regency Village Theatre, Westwood' door Jaguar PS (bron: Shutterstock)

Auteur

Inge Janse - 2019 (Kevin Krebbers)
Inge Janse

Adjunct-hoofdredacteur van Gebiedsontwikkeling.nu (i.janse@tudelft.nl)

Bekijk alle artikelen