Casus De grote spoorzones in Nederland hebben over aandacht vaak niet te klagen. Maar ook in een kleinere gemeente en op een kleinere schaal kan de aanpak van een stationsgebied veel impact hebben. In het Noord-Hollandse Hoorn komt de gebiedsontwikkeling Poort van Hoorn nu echt van de grond. Hoe dat proces verloopt, vertellen vier directbetrokkenen.
De locatie voor het gesprek is stemmig gekozen, langs het spoor van de Museumstroomtram – met het NS-station op de achtergrond. Verleden, heden en toekomst komen hier bij elkaar, langs de lijn Enkhuizen-Amsterdam (en een afbuigende tak naar Heerhugowaard, Alkmaar en verder). Aan tafel schuiven aan vanuit de gemeente Hoorn projectmanager Bastine Speksnijder en Dieuwertje de Vries, voorheen projectmanager. Jonathan de Veen gebiedsontwikkelaar bij SITE Urban Development en Jasper Nijveldt, supervisor Poort van Hoorn en partner bij bureau Karres en Brands. Het kwartet blikt op ons verzoek terug en vooruit op een project dat als inzet heeft om niet alleen woningen (circa 2.000) en voorzieningen toe te voegen maar vooral om Hoorn “meer stad te laten worden.”
Geen draagvlak
De aftrap wordt verzorgd door Bastine Speksnijder die het langst bij de planontwikkeling betrokken is – en in die zin als het ‘geheugen van het project’ kan worden gezien: “Ik ben er inderdaad al de nodige jaren bij, ook toen het project nog een heel andere dimensie en insteek had. Aanvankelijk was het vooral een infrastructureel vraagstuk, met name vanwege de spoorwegovergang en de opstoppingen die daar ontstonden bij het Keern (een voormalig dijklichaam waarop de doorgaande toegangsweg van de binnenstad naar de wijk Risdam en Zwaag is gelegen, red.). Daarna zijn er meerdere plannen gemaakt, ook voor de inrichting van het stationsgebied, maar geen van deze plannen kreeg voldoende draagvlak.
De doorstart naar een visie met draagvlak ontstond rond 2017-2018, zo geeft Jonathan de Veen aan. “Er kwam een vraag bij ons bureau binnen van gemeente, NS, ProRail en provincie Noord-Holland. Zij vroegen zich af wat de waarde van de gebiedstransformatie was, kijkend naar de plannen die er op dat moment lagen. Deze partijen hadden daar twijfels bij: is dit wel de goede ambitie voor deze plek?” Een belangrijke doorbraak vormden de gezamenlijke workshops die daarop werden georganiseerd. De Veen: “In een paar dagen ontstond er zicht op de mogelijkheden voor het gebied, met het opnieuw bepalen van de ambities. Dat gebeurde behoorlijk vanaf scratch en dat is dapper voor een gemeente, als je al zoveel energie in eerdere plannen hebt gestopt.” Speksnijder: “Mentaal vroeg dat zeker wel iets. Omdat we al zo vaak stappen hadden gezet en weer terug moesten, merkten we intern soms een reactie van: daar heb je de Poort weer.”
In die fase ontstond ook het idee dat de Poort niet alleen een stationsgebied is
De genoemde workshops zorgden echter voor nieuwe energie en nieuw elan. Partijen gingen al schetsend aan de slag en kwamen tot de ontdekking dat de oorspronkelijke infra- en mobiliteitsaanpak verbreed kon en moest worden. De Veen: “We draaiden het om: maak eerst een goed stuk stad. Laat de infra daar dienstbaar aan zijn. Natuurlijk blijft het een forse knoop en een stevige bundel, maar de rangorde veranderde.” De Veen herinnert zich dat de eerste financiële exercities meteen spannend waren. “Welke investeringen zijn onvermijdelijk? Wat kost het verplaatsen van spoorse voorzieningen, het versmallen van een spoorbundel, het verschuiven van functies die jarenlang als gegeven waren beschouwd? Er werd gewerkt met grove grondexploitaties, stelposten, bandbreedtes en onzekerheden. Niet om alle risico’s weg te poetsen, maar om de politieke en publieke keuze eerlijker te maken. Wil je deze plek op niveau brengen, dan moet je investeren. Anders blijf je passen en meten met restruimte. In die fase ontstond ook het idee dat de Poort niet alleen een stationsgebied is. Echt een nieuw stuk stad met eigen allure, bovendien met vanaf 2024 het grootste stadsstrand van Nederland voor de deur, Amsterdam op een half uur treinen en de historische binnenstad op een steenworp.”

‘Bastine Speksnijder’ door Steven Stolk FIER Perspective (bron: SITE UD)

‘Dieuwertje de Vries.’ door Steven Stolk FIER Perspective (bron: SITE UD)
Stedenbouwkundige Jasper Nijveldt kwam niet veel later in een gespreid bedje terecht, zoals hij zelf aangeeft: “Hier lag al veel voorwerk en commitment. Het gezamenlijke opdrachtgeverschap voor de gebiedsaanpak kreeg vorm en wij konden daar op aanhaken.” Het eerste schetsontwerp dat door Karres en Brands werd neergelegd (en waarbij het stationsgebied integraal werd vervlochten met de stedelijke omgeving) viel in goede aarde bij de gemeente en haar drie partners. Nijveldt: “Dit gebied vormt het scharnierpunt tussen de oude en de jonge stad. Op dit moment meer een achterkant en restruimte, met functies die er ooit zijn beland. Maar met grote potentie, zo bouwden wij door op dit nieuwe verhaal: Een plek die voor veel mensen interessant is en waar Hoorn meer stad kan worden.” Nijveldt gebruikt op dit moment in het gesprek liever beelden dan beleidszinnen. “In onze eerste visie kwam geen busplein centraal te staan, maar een plein. Een plek waar je aankomt en niet meteen het gevoel hebt dat je tussen rijbanen en hekwerken bent beland.”

De stedenbouwkundige plankaart van Karres en Brands voor Poort van Hoorn. Zichtbaar is onder meer hoe beide zijden van het station veel beter met elkaar worden verbonden.
‘Plankaart Poort van Hoorn’ (bron: Karres en Brands)
Jasper Nijveldt spreekt over een appelboom, over de fruitregio, over een kind dat over een autovrije route naar het strand kan lopen. Het klinkt bijna te licht voor een project met spoorbundels, parkeerbalansen en samenwerkingsovereenkomsten. Maar precies daarin zit de kracht, zeggen de deelnemers aan het gesprek. Wie alleen technische schema’s laat zien, wint zelden de verbeelding. Diewertje de Vries: “Het gaat om meer dan stenen stapelen; je wilt iets toevoegen dat Hoorn nu nog niet heeft. We kunnen hier de nalatenschap voor de toekomstige generaties vormgeven.”

‘Strand Poort van Hoorn luchtfoto's’ door Steven Stolk FIER Perspective (bron: SITE UD)
Deze sprong in ambities werd mede mogelijk gemaakt door de verbeeldingskracht in de ontwerpen van Karres en Brands, aldus De Veen: “Op basis van de menselijke maat maakten Jasper en zijn collega’s duidelijk wat de kwaliteit van deze plek kan zijn. Hoe ervaren verschillende mensen dit gebied, op ooghoogte. Dat hielp ook om bestuurders mee te nemen in het verhaal: niet blijven hangen op een gemiddeld plan maar gezamenlijk een ambitiesprong aangaan. Andere steden hebben dit op eigen wijze al gedaan: Leeuwarden, Delft en Utrecht bijvoorbeeld.” Doordat er zicht ontstond op de toekomst van het gebied, konden de intentie- en samenwerkingsovereenkomst tussen gemeente, provincie Noord-Holland, NS en ProRail elkaar snel opvolgen, met inbegrip van een nieuw stedenbouwkundig plan en een businesscase. De Veen hierover: “We moesten een grofmazige grondexploitatie uitzetten: programma, opbrengsten, investeringen en stelposten voor zaken die we nog niet precies wisten. Bestuurders moesten accepteren dat er grote onbekenden waren, maar dat was in zekere zin onontkoombaar. We konden wel een raamwerk maken met grofweg het laadvermogen van het gebied. Op basis daarvan konden de partijen zeggen: we gaan ervoor. Met daarbij ook de bereidheid om nu wel creatief mee te denken over mogelijke aanpassingen in het gebied, ook aan de infrastructuur.”
Blikvanger
Nijveldt wijst bijvoorbeeld op de wil van ProRail om te gaan kijken naar het mogelijk versmallen van de spoorbundel ter plekke van het station: “Er liggen veel sporen en bochten, met veel lucht ertussen. Door efficiënter te ordenen kun je het compacter maken. Speksnijder vult aan: “Dit gebeurt in nauwe samenwerking met de Museumstroomtram die deze sporen van ProRail gebruikt. De Museumstoomtram gaat ook drie oude loodsen vervangen door een nieuw expositiedepot. Een deel van het gebouw wordt van glas, zodat mensen de historische trams kunnen zien als ze door het vernieuwde stationsgebied lopen. Dit wordt een blikvanger in het levendige gebied.”
De volgende hoepel waar doorheen moest worden gesprongen, betrof de goedkeuring door de gemeenteraad. Speksnijder hierover: “Voor raadsleden is het soms lastig om door een plek heen te kijken. Zij kennen het gebied zoals het nu is. Door andere plekken te bezoeken konden zij beter begrijpen wat hier mogelijk zou kunnen zijn.” Die inspiratie werd gevonden met een excursie langs plekken zoals Utrecht en Delft. De bedoeling was niet om Hoorn een jas van een andere stad aan te trekken, maar om het referentiekader op te rekken, geeft De Veen aan. “De bestuurders van ProRail, NS en andere partijen vertelden onderweg wat zij belangrijk vonden aan de ontwikkeling. Mede daardoor kregen de partijen ook meer gezicht en werd de samenwerking persoonlijker.”
Bestuurlijke steun
Een en ander mondde uit in een positief raadsbesluit eind 2023. De Hoornse gemeenteraad gaf toen groen licht voor een van de grootste ontwikkelingen in Hoorn. Met het vaststellen van het bestemmingsplan, de grondexploitatie en het beeldkwaliteitsplan voor het stationsgebied Poort van Hoorn, kon de gemeente starten met de daadwerkelijke realisatie van het nieuwe stationsgebied. Gevraagd naar de betrokkenheid van de markt naar de transformatie van het stationsgebied zelf, geeft De Veen aan dat dit een discussiepunt was: “We hebben daar veel over gesproken: wanneer en welke vorm laat je de markt instromen? Omdat er zoveel publieke belangen en partijen waren – NS, ProRail, gemeentelijke belangen – hebben we ervoor gekozen om eerst de publieke functies goed door te denken. Waar zijn de nieuwe publieke verblijfsplekken? Hoe werkt de bus? Hoe organiseren we het parkeren? Hoe werkt het station? Door dat eerst zelfstandig op te lossen, kun je het gebied daarna met meer comfort op de markt brengen. Een vastgesteld bestemmingsplan is veel waard voor marktpartijen. Dan is er bestuurlijke steun en draagvlak en bevindt het plan zich niet voortdurend in het politieke debat.” Door de jaren heen zijn er marktconsultaties uitgevoerd om private partijen op de kansen van de aanstaande gebiedsontwikkeling te wijzen en Hoorn op de kaart te zetten als serieuze ontwikkelkans.

‘Jonathan de Veen’ door Steven Stolk FIER Perspective (bron: SITE UD)

‘Jasper Nijveldt’ door Steven Stolk FIER Perspective (bron: SITE UD)
Inmiddels is de combinatie Blauwhoed/Ballast Nedam Development, voor dit gebied verenigd in De Nieuwe Golf. door de gemeente geselecteerd als ontwikkelpartner voor het stationsgebied: met onder meer circa 500 woningen en 13.500 m2 commerciële en maatschappelijke voorzieningen De voorzieningen spelen een belangrijke rol in het maken van een levendig nieuw stuk stad. De Nieuwe Golf is verantwoordelijk voor de integrale gebiedsontwikkeling, inclusief de commerciële voorzieningen. De gemeente is verantwoordelijk voor de invulling van de culturele en maatschappelijke voorzieningen. Het college heeft onlangs besloten in te zetten op een bibliotheek in combinatie met functies die goed passen bij het gebied en die het een eigen karakter geeft.
Mensen meenemen
Bij dit alles vormt ook participatie een belangrijk aandachtspunt en dat geldt ook voor het goed borgen van de ambities van de gebiedsontwikkeling, alsmede het actief uitdragen daarvan. Dieuwertje de Vries hierover: “Het is wel een uitdaging om zo’n verhaal over een lange periode vast te houden. Je wilt mensen meenemen, maar zonder ze moe te participeren. Bovendien wisselen raden, colleges, bewoners en medewerkers. Je moet het verhaal telkens opnieuw vertellen. Voor professionals is het soms vanzelfsprekend wat een plan betekent, maar voor bewoners moet je het telkens tastbaar maken. Nu pakken we de communicatie en participatie samen op met onze ontwikkelpartner De Nieuwe Golf, waarmee we na de zomervakantie onder andere een grote bijeenkomst organiseren voor alle geïnteresseerden om hen mee te nemen in de nieuwste ontwikkelingen van het stationsgebied.’’
Nijveldt: “Belangrijk is dat we kernambities en de belangrijke planprincipes blijven herhalen: waarom doen we dit ook alweer? Wat maakt deze plek bijzonder? De Vries: “Dat een stationsgebied meer kan zijn dan overstappen. Dat een kind, een reiziger, een oudere, een starter en een gezin allemaal andere redenen kunnen hebben om hier te willen zijn. En dat juist die veelheid de stad maakt. We refereerden ook vaak naar voetbaltaal: Champions League spelen lukt niet met alleen rechtsbuitens. Je hebt een team nodig, verschillende karakters, aanvoerders op meerdere lagen, mensen die het project niet alleen kunnen maar ook voelen.”
Dat laatste woord is belangrijk, zo wordt gezegd: voelen. In de harde wereld van de gebiedsontwikkeling klinkt het al snel soft, maar aan deze tafel is het bijna een absolute randvoorwaarde. De Veen zegt dat hij zich soms met knikkende knieën bij SITE heeft afgevraagd of het wel goed kwam. “Toch mooi waar de ontwikkeling nu staat, echt een verdienste van het doorzettingsvermogen van alle betrokkenen in de diverse samenwerkingen.” Uiteindelijk gaat Poort van Hoorn niet alleen over sporen, routes, woningen of vierkante meters. Het gaat over het vasthouden van een gedeelde ambitie, over meerdere colleges en projectfasen heen. Nijveldt vat een en ander het meest eenvoudig samen: “Het zijn de mensen.”

De deelnemers aan het gesprek op de spoortraverse, van links naar rechts: Jasper Nijveldt, Dieuwertje de Vries, Jonathan de Veen en Bastine Speksnijder.
‘Deelnemers aan het gesprek’ door Steven Stolk FIER Perspective (bron: SITE UD)
Cover: ‘Stationsgebied Hoorn’ door Steven Stolk FIER Perspective (bron: SITE UD)








