Interview Om woongebieden klaar te maken voor het klimaat van nu en morgen, is een samenwerking nodig tussen meerdere partijen. Tot dat inzicht kwam bestuurder Marike Bonhof van woningcorporatie Ymere. Zij haalde met de Nederlandse Waterschapsbank nog vier andere partners bij elkaar en koppelde ze aan een gebiedsontwikkeling in Haarlem: de bouw van 200 nieuwe sociale huurwoningen aan de Korte Verspronckweg die straks na oplevering ‘waterpositief’ zijn.
Als er iemand in staat moet zijn om de domeinen van waterbeheer, klimaatadaptatie en gebiedsontwikkeling te verbinden, dan is het Marike Bonhof. Ze werkte van 2017 tot 2023 bij drinkwaterbedrijf Vitens, de jaren waarin deze organisatie voor het eerst waarschuwde dat zij de levering aan burgers en bedrijven in de toekomst niet meer kon garanderen. Inmiddels is Bonhof bestuurder bij Ymere geworden (“Mijn hart was eerst waterblauw en nu ook baksteenrood.”) en kan zij haar inzichten over waterbeheer in de praktijk brengen in de wereld van woningbouw en gebiedsontwikkeling. Die kans liet ze niet onbenut: in juli 2025 tekenden – op haar initiatief en dat van Lidwin van Velden (Nederlandse Waterschapsbank) – zes partijen een intentieverklaring voor ‘waterpositieve gebiedsontwikkeling’. Naast Ymere waren dat de gemeente Haarlem, Hoogheemraadschap van Rijnland, waterleidingbedrijf PWN, de provincie Noord-Holland en de Nederlandse Waterschapsbank. De inzet: het project Korte Verspronckweg in Haarlem (circa 200 woningen) watervriendelijk in te richten. Het gezamenlijke onderzoek dat volgde, bracht zicht op een haalbaar en betaalbaar scenario voor de woningen en de woonomgeving (met de opslag en het hergebruik van gefilterd regenwater in de wijk voor het doorspoelen van de wc, het gebruik van de wasmachine en het sproeien van de tuin). Begin 2027 gaat de uitvraag voor de selectie van het bouwbedrijf voor de realisatie van het project de deur uit.
Nauwelijks een issue
Het moment om met Bonhof te spreken, is (onbewust) ook raak in termen van maatschappelijke urgentie. Op donderdag 23 juli werd in Nederland een feitelijk watertekort afgekondigd door de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling (LCW). De droogte leidt in steeds meer gebieden in Nederland tot problemen en daarmee ligt er ook voor gebiedsontwikkelaars een belangrijke taak weggelegd om antwoorden op dit vraagstuk te formuleren. De eerste vraag aan Bonhof: neemt ze inmiddels die urgentie om zich heen wél waar? “Toen ik nog bij Vitens werkte, viel me al op dat het vrij slecht lukte om de urgentie van het watervraagstuk hoog op de agenda te krijgen bij andere partijen. Woningbouw stond dat wel en nu ik zelf in die sector werk, merk ik dat water nog steeds nauwelijks een issue is. Op zich begrijpelijk, omdat wonen zelf al zo’n complex vraagstuk is. En daar zijn wij zeker als woningcorporatie ‘voor op aarde. Maar als je dan bovenlangs kijkt en ziet hoe de drinkwatervoorziening steeds meer onder druk staat door klimaatverandering. Meer droogte en tegelijkertijd perioden van meer extreme regenval, die de leefbaarheid in buurten onder druk zet – zie de wijken Pathmos en Stadsveld in Enschede waar woningen onbewoonbaar zijn verklaard. Dan komt het heel dichtbij. Sterker nog: het is er al volop. En daar kunnen we dus niet de ogen voor sluiten.”
Hoe beïnvloedt water concreet het functioneren van Ymere?
“We hebben onder meer meegedaan met een project van Dutch Green Building Council om te onderzoeken wat het klimaatrisico is dat we lopen op onze woningen. En los van de veiligheid voor onze bewoners blijkt dat aanzienlijk te zijn. Omdat we vooral in stedelijk gebied bezit hebben en daarbij in een delta werken waar bij piekbuien het water niet weg kan. Door de aanwezigheid van het Amsterdam-Rijnkanaal wordt het hele gebied hier dan een grote badkuip. Combineer dat met onze verantwoordelijkheid om woningen voor de komende 50 tot 100 jaar neer te zetten – veilig en betaalbaar – dan weet je dat je als bestuurder nu iets te doen hebt.”
“Kijkend vanuit een maatschappelijk perspectief naar deze opgave, dan kan ik twee dingen nog steeds niet goed uitleggen. In de eerste plaats: waarom houden we nog nauwelijks rekening met klimaatverandering? Met hittestress, met te veel water maar ook met droogte. Die dingen horen bij elkaar. In een warm gebied kan water voor verkoeling zorgen, maar dan moet je het wel hebben. En het tweede punt: waarom spoelen we onze toiletten nog steeds door met drinkwater? En sproeien we onze tuinen daarmee? Op termijn is dat niet de meest maatschappelijk verantwoorde wijze van drinkwater produceren – en consumeren. Wat hierachter zit als oorzaak? Water is in Nederland nog steeds goedkoop, maar wordt komende jaren flink duurder. Water wordt schaarser, zuiveren verbruikt veel energie en is kostbaar. Ik zie dat bij de grote maatschappelijke problemen in dit land iedere sector het vanuit het zijn eigen perspectief probeert op te lossen. Daardoor ontstaan veelal suboptimale oplossingen. Ik denk dan: laten we meer kijken wat sectoren voor elkaar betekenen. Dat zorgt eerst voor meer complexiteit maar mijn inschatting is dat de uiteindelijke oplossing voor de samenleving er beter van wordt – en ook goedkoper.”
Wat komt er kijken bij een dergelijke sectoroverstijgende samenwerking?
“Begrip voor elkaar. Je eigen manier van werken ter discussie durven stellen. Over je eigen schaduw heen stappen, concessies durven doen. Lef dus. Wanneer je doet wat je altijd al deed, krijg je wat je altijd al kreeg. Instappen met andere partijen is een onbekend avontuur. Maar ik ga dat graag aan, zeker als het voor onze huurders letterlijk ook winst oplevert. Want lagere woonlasten door minder verbruik van steeds kostbaarder drinkwater en een veilige en gezonde leefomgeving. Enfin, het is een wat lange aanloop om aan te geven waarom wij in Haarlem met vijf andere partijen aan de slag zijn gegaan. Voor mij speelde in ieder geval nadrukkelijk mee dat ons drinkwaterverbruik nog net zo hoog is als in 2024. Er wordt veel over gepraat – zie het Nationaal Akkoord en het manifest Waterzuinig bouwen van 65 maatschappelijke partijen uit 2024 – maar het wordt niet in de praktijk gebracht. Daarom proberen we in Haarlem de urgentie van het papier af te krijgen, door te laten zien wat het ‘nieuwe normaal’ in gebiedsontwikkeling kan zijn. De partijen spraken vorig jaar de wil uit om naar dat gemeenschappelijke doel toe te werken. Het ministerie van IenW is inmiddels ook aangesloten.”
En wat is nu, een jaar verder, de oogst van het project?
“We hebben bewust gekozen voor een gebiedsontwikkeling die al op gang was, een rijdende trein. Zodat we ook sneller over bewijslast konden beschikken van een haalbare aanpak. Inmiddels staan we aan de vooravond van het – via een tender – naar de markt brengen van het project. We hebben meerdere scenario’s onderzocht en zijn uitgekomen op een variant waarmee 115 mm regen per uur aan piekbelasting hanteerbaar is en waarbij tevens 60 à 70 liter drinkwater per dag per bewoner wordt bespaard, onder meer door een collectieve regenwateropvang voor alle woningen te realiseren. Met een schaal van 200 woningen is deze grootte in Nederland nog niet gerealiseerd. De grote moeilijkheid, laat ik die niet onder stoelen of banken schuiven, is wel dat er in eerste instantie wel een voorinvestering nodig is, die zich met de waterprijzen van nu nog niet op korte termijn laat terugbetalen. Ik verwacht wel dat de prijs van de water in de toekomst flink gaat stijgen maar op dit moment is de businesscase nog niet rond te krijgen. De maatschappelijke kosten-baten analyse sluit overigens wel positief.”
Water wat je in de wijk opslaat en gebruikt, hoef je niet te verwerken
“De grote puzzel waar we nu in zitten is de vraag: hoe brengen we de verschillende investeringsperspectieven bij elkaar? Van het waterschap, het drinkwaterbedrijf, van ons, de gemeente. Wij zijn in ieder geval bereid om nu het stapje te zetten om het project mogelijk te maken en de gemeente Haarlem en de NWB doen dat ook al. Om daarmee te laten zien dat dit inderdaad de nieuwe standaard kan worden en zodat je op basis daarvan kunt opschalen. We kijken op dit moment tevens naar het ministerie: help ons deze transitie verder mogelijk te maken. Toon dat leiderschap om betaalbaar drinkwater ook in de toekomst veilig te stellen en mensen veilige woningomgevingen aan te bieden. We gaan het als Ymere in ieder geval niet alleen betalen, dat zou ik een verkeerd signaal te vinden. Want als wij investeren in waterpositieve woningen, levert dat ook direct financieel voordeel op voor het drinkwaterbedrijf en het hoogheemraadschap. Water wat je in de wijk opslaat en gebruikt, hoef je niet te verwerken. Daarbij gaan we dit najaar de markt ook nadrukkelijk uitdagen om hier forser in te stappen.”
Hoeveel ruimte willen jullie geven aan innovatie?
“We maken gebruik, daar hebben we heel bewust voor gekozen, van proven concepts. Dus geen leuke innovatieve ideeën die zich nog moeten bewijzen in de praktijk; we gebruiken gewoon bestaande technieken die zich al bewezen hebben. Wat wij gaan doen, doen ze in België al jaren. En goedkoper, omdat het de standaard is. Want we willen ook niet dat de toekomstige bewoners onderdeel worden van een experiment. Het enige unieke wat we hier doen – in procesmatig opzicht – is dat we al die partijen bij elkaar brengen. Iedereen heeft kennis ingebracht. Het drinkwaterbedrijf over de volksgezondheid, de gemeente over de inrichting van de openbare ruimte, het waterschap over de waterstanden. Door bestaande technieken in één gebiedsontwikkeling te combineren treden er positieve effecten op voor de waterveiligheid en het watergebruik. Maar ook het leefklimaat, want het wordt een heel groene wijk. Met een brede impuls voor de volksgezondheid.”
Kijkend naar de ervaringen bij onze zuiderburen, is er nog een traject weggelegd om onze nationale wet- en regelgeving aan te passen? Om daarmee het drinkwatergebruik veel verder terug te dringen?
“Dat is zeker een knop om aan te draaien, hoewel het voor de korte termijn geen soelaas gaat bieden. Maar interessant is het wel: in Vlaanderen moet je verplicht water opslaan in het huis dat je bouwt. Je gebruikt het na filteren om de tuin te sproeien, de was te doen, de wc door te spoelen. En grootverbruikers worden daar extra belast. Waarom kunnen wij dat niet in Nederland? De urgentie is zo groot, we hadden gisteren daar al mee moeten beginnen.”
Cover: ‘ondertekening intentie Korte Verspronckweg Haarlem’ (bron: Ymere)







