Onderzoek De Nederlandse economie moet in 2050 volledig circulair zijn, aldus de Rijksoverheid. Die transitie brengt ook een enorme ruimtevraag met zich mee. De provincie Zuid-Holland zocht met behulp van data-analyses van Brink naar potentiële locaties voor circulaire hubs op bestaande bedrijventerreinen. “Wij zijn aan het leren terwijl het proces plaatsvindt. Dat is moeilijk, maar ook mooi.”
“Als we de circulaire economie echt serieus willen nemen, dan zullen we het economische perspectief beter moeten verwerken in beleid en activiteiten in gebiedsontwikkeling.” Onderzoekers van de TU Delft kwamen in 2024 al tot deze conclusie, op basis van een analyse van de mate van ‘beleidscoherentie’ rond de circulaire economie in Londen. Zij gaven destijds het advies aan gebiedsontwikkelaars om nu al na te denken over toekomstig beheer van de bouw, “om te voorkomen dat de herbruikbare materialen uiteindelijk geen tweede leven kunnen krijgen. En aangezien circulair bouwen de toewijding van meerdere partijen vereist, zou er gezamenlijk als keten aan gewerkt moeten worden.”
Ook de Rijksoverheid is duidelijk in haar ambities. “De Nederlandse economie moet in 2050 volledig circulair zijn. Dat betekent dat producten en grondstoffen opnieuw gebruikt worden en er bijna geen afval meer is. De overheid maakt afspraken met bedrijven en andere organisaties om circulair te werken.” Voor een soepele overgang naar een circulaire, duurzame economie investeert de Rijksoverheid onder andere in “regionale samenwerking, waarbij overheden en bedrijven bijvoorbeeld samen kijken hoeveel ruimte circulaire bedrijven nodig hebben.”
Hoe gaat alles passen?
De provincie Zuid-Holland beaamt niet alleen de bovengenoemde visie van de TU-onderzoekers, maar pakt ook actief de handschoen op om ruimte te vinden c.q. te maken voor de circulaire economie – in de nu al overvolle provincie. Samen met Brink Management / Advies keken ambtenaren hoe de circulaire transitie met een ruimtelijke bril kan worden vormgegeven. “Wij hadden ons als Brink ingeschreven op een tender voor een projectleider Circulaire Hub in de regio Haaglanden,” vertelt Birgit Hopff, adviseur bij Brink. “Die tender wonnen we en uit dat onderzoek kwam de behoefte naar voren om breder in de provincie te kijken waar er ruimte ligt voor circulaire hubs.”
Stevige circulaire hubs zijn ook gewoon industrie en daar is ruimte voor nodig. Van die ruimtevraag mogen we best een beetje wakker liggen
Roel van der Weij, coördinator van het team Ruimte voor Ondernemen bij de provincie: “Wij hebben als provincie in 2024 een ruimtelijk-economische visie opgesteld. Een van de belangrijkste uitgangspunten uit die visie is we het in Zuid-Holland doen ‘met de ruimte die wij hebben.’ Dat betekent geen natuur of landbouwgrond meer opofferen voor woningbouw of werken. We doen het met de huidige locaties en een aantal extra gereserveerde plekken. Tegelijkertijd groeit de economie wel en zien we allemaal extra functies op ons afkomen die om ruimte vragen en ‘circulair’ is daar een hele belangrijke van. Ook in Zuid-Holland is de aanvullende ruimtevraag voor de circulaire economie er, maar als het uitgangspunt is dat je het als provincie doet met de ruimte die je hebt, dan is wel de vraag waar je alles in gaat passen.”
Een beter gesprek
Met die vragen gingen Zuid-Holland en Brink aan de slag. In de Locatie- en netwerkanalyse Circulaire Hubs zijn de ruim 600 bedrijventerreinen in de provincie beoordeeld op vier hoofdcriteria: bereikbaarheid, de huidige vraag en aanbod naar materialen, de potentie voor beschikbare ruimte (nu en in de toekomst) en de mogelijkheid om circulaire activiteiten uit te voeren. Uit die analyse rolde uiteindelijk een top-50 van potentiële locaties voor een van de twee soorten hubs. Door binnen deze top-50 ook te werken met gouden, zilveren, bronzen en neutrale categorieën, wordt inzichtelijk welke bedrijventerreinen meer potentie hebben. “De ambitie is daarbij om een samenhangend netwerk van ruimtelijke schakels te ontwikkelen als fundament voor een circulair ecosysteem in Zuid-Holland,” zegt Hopff. “Het gaat namelijk niet alleen om de potentie van de individuele locaties, maar ook de logische samenhang.”
De hele economie wordt in de toekomst circulair, maar er zal een aantal plekken zijn waar veel activiteiten in een hub-functie samenkomen
Van der Weij: “De hele economie wordt in de toekomst circulair, maar er zal een aantal plekken zijn waar veel activiteiten in een hub-functie samenkomen. Als provincie wilden wij een goed beeld vormen van de kansrijke locaties die de meeste potentie hebben om deze circulaire hubs te vestigen. Het onderzoek hielp ons heel erg om die potentie in kaart te brengen. Welke plekken liggen aan het water, welke milieucategorie is beschikbaar, waar zitten aanbieders en gebruikers van bepaalde stromen grondstoffen? Dit onderzoek helpt ons in dat proces.”
“De provincie heeft ervoor gekozen om haar huiswerk te doen en daarover in gesprek te gaan met belanghebbenden als gemeenten en grondpartijen,” legt Hopff uit. Van der Weij: “Van die 600 terreinen konden we zelf gevoelsmatig al wel een inschatting maken van kansrijke plekken, bijvoorbeeld omdat er water in de buurt is. Maar door die selectie datagedreven en systematisch te doen, kom je met een beter verhaal aan tafel bij bijvoorbeeld de gemeenten en ontstaat er een beter gesprek.”
Feiten op tafel
Henk Jan Kiewiet heeft als programmamanager bij de provincie Zuid-Holland de taak om daadwerkelijk de ruimte voor regionale hubs te realiseren. Dit gaat daartoe in regionaal verband met gemeenten in gesprek. “Het rapport was een goed vertrekpunt voor deze gesprekken, omdat het de noodzaak van hubs op regionale schaal in een netwerk aantoont en concreet laat zien waar potentiële kansen liggen. Tegelijkertijd was het rapport geen doel op zichzelf, maar een middel om in gesprek te komen. Omdat uit meerdere gesprekken bleek dat er discussie ontstond over het eindresultaat, hielp het de focus te verleggen: naar een gezamenlijk vervolgproces waarbij ook andere locaties meegenomen worden.”
Moeten wij als provincie die ruimte gaan reserveren voor circulaire activiteiten of bijvoorbeeld actief gaan ontwikkelen, als circulaire hubs niet vanzelf van de grond komen?
Dat werkelijk ruimte ‘regelen’ soms nog lastig genoeg is, erkent het drietal, ondanks het onderzoek dat er nu ligt. Want de daadwerkelijke ruimtebehoefte van de circulaire economie over tien jaar is nu nog niet exact te voorspellen. En dan is het heel aanlokkelijk om de discussie vooral te laten gaan over: hoe groot is de groei van de circulaire economie dan precies en welke ruimte is nodig? Van der Weij: “Maar dat de ruimte schaars is weten we wel, dat was niet voor niets een van de aanleidingen van het onderzoek. Daarom moeten we zuinig zijn op potentieel geschikte plekken. Mocht over tien jaar blijken dat er minder ruimte nodig is, dan kunnen we die locaties altijd nog anders invullen. Maar geef je die schaarse ruimte eenmaal weg, dan bemoeilijkt dat de transitie. De vervolgvraag is wat onze rol daar vervolgens in wordt. Moeten wij als provincie die ruimte gaan reserveren voor circulaire activiteiten of bijvoorbeeld actief gaan ontwikkelen, als circulaire hubs niet vanzelf van de grond komen?”

‘Buitenopslag van herbruikbare kleidakpannen in Gelderland veld’ door r.rosenschild (bron: Shutterstock)
Ook Hopff benadrukt dat het veel meer om de gedachte achter het onderzoek gaat dan om de gouden, zilveren en bronzen ‘medaillewinnaars’. “Als een locatie niet op de lijst staat, betekent dat niet dat je op die plek geen circulaire hub kunt inrichten. Doen de kansen zich voor, bied dan vooral ruimte aan circulaire bedrijvigheid en initiatieven. Dat blijf ik maar herhalen. Dat op een ander terrein de score misschien hoger is, betekent niet dat je op jouw eigen terrein niet verder kan gaan.” Van der Weij: “De lijst is inderdaad vooral bedoeld om het gesprek te beginnen en helpt om met gemeenten naar het gebruik van hun bedrijventerreinen te kijken. Wat kan er wel en wat kan er niet? Een circulaire hub is namelijk ook lang niet altijd iets wat gemeenten op hun grondgebied willen hebben. Er zijn immers meerdere lokale opgaven die hun plek in de ruimte opeisen. Maar wij hebben als provincie soms een ander regionaal belang te dienen. Deze analyse helpt om de feiten op tafel te krijgen, zodat we die betere dialoog kunnen voeren.”
Wakker liggen
De komende periode is de uitdaging voor Kiewiet en Van der Weij om met de gemeenten in de provincies tot locaties te komen, op basis van het onderzoek samen. Van der Weij: “En er zit nog lang niet achter elke grondstof een sluitende businesscase. Durf je dan als overheid te zeggen: we zetten de stap vooruit omdat we het zo belangrijk vinden en we reserveren alvast de ruimte? Wij vinden het belangrijk om die regionale ketens en schakels te organiseren. De uitdaging zit erin dat je die stap zet zonder dat het eindbeeld duidelijk is. Dat is best wel spannend en maakt het voor veel gemeenten en bedrijven lastig. Wij hoeven ons als provincie echt niet met elke lokale casus te bemoeien, er gaat heel veel ook al goed. Maar er is een aantal regio-overstijgende ketens waar je als provincie wel een rol in moet spelen omdat de optelsom van alle lokale initiatieven niet voldoende is.”
Nu de gemeenteraadsverkiezingen zijn geweest, gaan we de ambities concreet maken
Kiewiet: “Die gesprekken voer ik actief op regionaal niveau met gemeenten. We betrekken ook marktpartijen. Ook loop ik voor een deel op met andere lopende trajecten zoals in Midden-Holland, een van de vier economische regio’s in de provincie, het project Groene Hart Circulair. In dat programma is recent een ruimtelijk spoor uitgewerkt en de locaties uit het onderzoek van Brink zijn in dat programma als input meegenomen en op een kaart beland. In andere gebieden is het onderzoek een hulpmiddel bij de gesprekken die wij voeren. Nu de gemeenteraadsverkiezingen zijn geweest, gaan we de ambities concreet maken.”
Hopff: “Er is een gemeente waar meerdere geschikte locaties voor een hub in beeld zijn gekomen. In een vervolgtraject wordt nu verkend of deze plekken daadwerkelijk geschikt zijn. Het eerdere onderzoek fungeert daarbij als katalysator: het brengt het gesprek op gang en biedt een stevige basis om gezamenlijk tot een gerichte aanpak en concrete resultaten te komen.” Van der Weij concludeert: “Wat sowieso winst is, is dat door dit onderzoek het onderwerp circulair meer op de agenda komt te staan bij gemeenten. Maar het blijft pionieren. Wij zijn aan het leren terwijl het proces plaatsvindt. En dat is moeilijk, maar ook mooi. Circulair heeft soms nog een knuffelimago, maar stevige circulaire hubs zijn ook gewoon industrie en daar is ruimte voor nodig. Van die ruimtevraag mogen we best een beetje wakker liggen.”
Cover: ‘Categorisering hubs in Zuid-Holland’ (bron: Brink)








