Artikel
Barneveld

Barometer Duurzame gebiedsontwikkeling NL: Bouwen aan Barneveld (deel I)

Door Danielle Niederer

20 mrt 2017 - De afgelopen periode nam Gebiedsontwikkeling.nu een aantal succesvolle projecten onder de loep met de filosofie in het achterhoofd van publicatie “Duurzame gebiedsontwikkeling – Doe de Tienkamp” (uit 2011). Hoe staat het er gemiddeld voor in Nederland met het realiseren van duurzaamheidsambities in gebiedsontwikkelingen? Met een aantal experts uit de praktijk- en de kenniswereld maken we de balans op en kijken we naar Barneveld. Wat vertelt deze groeigemeente ons over de stand van het land? En wat zijn de opgaven richting de toekomst? Gasten aan tafel: Ruud Schouwaert (directeur strategie en projecten gemeente Barneveld), Bas van de Griendt (manager duurzame gebiedsontwikkeling BPD), praktijkhoogleraar gebiedsontwikkeling Friso de Zeeuw (TU Delft) en hoogleraar urban development management Ellen van Bueren (TU Delft).

Duurzame gebiedsontwikkeling: doe de tienkamp!

In 2011 verscheen de publicatie “Duurzame gebiedsontwikkeling: doe de tienkamp!”. In de filosofie van deze publicatie is duurzaamheid geen specialisatie. Beter op z’n plaats is de metafoor van de Tienkamp. Om die te kunnen winnen moet je goed zijn op alle onderdelen. Besteed je teveel aandacht aan het ene onderdeel, dan gaat dat ten koste van het andere. Bij duurzame gebiedsontwikkeling is dat niet anders. De kunst is goed te scoren op planet, people en profit en op alle vlakken –maatschappij, ecologie en economie- waarde toe te voegen. In 2017 wil de Praktijkleerstoel Stichting Kennis Gebiedsontwikkeling deze publicatie herzien.

Met de gemeente Barneveld aan tafel is het niet zo moeilijk om direct concreet te worden. “Barneveld heeft zo’n 57.000 inwoners, is centraal gelegen in het land en een echte ontwikkelgemeente,“ zo stelt Schouwaert z’n werkgebied voor aan de gesprekspartners. “Het programma voor de komende jaren is fors, zo’n 3.500 à 4.000 woningen, en ook de economische dynamiek is groot mede dankzij de ligging van de gemeente en het arbeidsethos van de gemiddelde Barnevelder. Dat betekent veel nieuwe bedrijfslocaties. Daarnaast bouwen we maatschappelijk vastgoed en hebben we een herstructureringsopgave.” De afgelopen jaren is er door financiële perikelen weinig aan duurzaamheid gedaan in Barneveld, schetst Schouwaert. “Er waren grootse plannen, maar onder druk van de grondexploitatie is er veel gesneuveld.” In het Masterplan van Barneveld-Noord, waar 1.500 woningen staan gepland, hoopt de gemeente meer klaar te spelen.

Van prestatiescore naar ‘duurzaam ontwikkelen’

Friso de Zeeuw benadrukt dat de Tienkamp-publicatie vooral gemaakt is voor gemeenten die geen uitgebreide RO-afdeling hebben zoals de grote steden. Ook de herziene versie die in 2017 uitkomt, richt zich op deze doelgroep. De Zeeuw pleit nog steeds voor de brede scope die de Tienkamp voorstaat. “Het moet niet alleen over het energieverhaal gaan, maar over duurzaamheid over de volle breedte. Dus inclusief de invalshoek ‘gezondheid’ die nu sterk in opkomst is en een plek in de nieuwe Omgevingswet heeft veroverd. Bij het benoemen van verschillende thema’s moet je je wel afvragen of je er op gebiedsniveau wat mee kan, het is zaak uit de hobbysfeer te blijven.”

Bas van de Griendt probeert voor BPD het kompas te lezen. “Het is een enorme zoektocht. Voordat je het weet verzand je in een soort groene retoriek. Om tot praktijkresultaten te komen is het van belang te praten in termen van haalbaar en betaalbaar. Daarnaast is het zaak de aandacht te verschuiven van de prestatie naar de activiteit, het ‘duurzaam ontwikkelen’. Oftewel, vandaag iets kiezen waar je morgen geen spijt van hebt. Kijk naar de ontwikkeling van de verwarming in huizen. Van kolen, via olie naar gas en morgen komt er in diezelfde woning een warmtepomp. De woning is steeds aangepast omdat we vooral uitgegaan zijn van de plek: hier willen we wonen. De belevingskant en aanpasbaarheid spelen in duurzaamheid dus een grote rol.”

Wat is een gezonde stad

Figuur 1: Wat is een gezonde stad? Uit: BPD NAW januari 2017

Van de Griendt stelt daarom dat je moet kijken naar de thema’s waarop je kan excelleren. Deze worden je aangedragen door het gebied zelf. “Het vaststellen van ambities vraagt om een dialoog, eenzijdig hoge ambities opleggen werkt contraproductief.” Om het gesprek op gang te brengen werkt BPD met een Green & Social Score Card (zie kader). Van de Griendt pleit er voor om ‘de gezonde stad’ als vertrekpunt te nemen. “Interessant in dit licht is dat de WHO-definitie van gezondheid revolutionair gaat veranderen. Deze zal gaan over zingeving en deelname aan de maatschappij en niet zo zeer over biomedische definities van ziekten. Voor de benadering van duurzaamheid in gebiedsontwikkelingen is deze denkrichting heel relevant en bruikbaar.”

BPD: Green Score Card en Social Score Card

BPD werkt met een ‘Green Score Card. “Dat is een soort denkraam en analysetool om inzicht te geven aan betrokken partijen op welke milieu- en duurzaamheidsaspecten - bijvoorbeeld energie, water, bodem, natuur en landschap - een project zich onderscheidt van andere projecten. Ondertussen is er ook een ‘Social Score Card’ ontwikkeld voor sociale duurzaamheidsaspecten. Deze geeft een overzicht van acht universele voorwaarden die je kunt stellen aan de ruimtelijke inrichting van gebieden die sociale processen kunnen versterken en omgekeerd. Uitgangspunt daarbij is dat het bij gebiedsontwikkeling niet alleen gaat om een verzameling gebouwen, maar eerst en vooral om mensen die zich aan een gebied willen hechten en zich met een woonomgeving willen identificeren. Bron: BPD.

Duurzaam handelen zonder extra geld

Terug naar Barneveld-Noord. Schouwaert: ”We zitten nog aan de voorkant van de ontwikkeling, we mogen de kans om duurzaam te ontwikkelen niet laten lopen. De eerste ambtelijke financiële verkenningen schetsen een tekort van 13,5 miljoen. Daar begin je al enorm in te leveren op allerlei ambities.” Van de Griendt: “Je moet niet inleveren op ambities, maar wellicht wel op prestaties. Als je die prestaties niet meteen vanaf het begin kunt leveren, moet je je plannen zo maken dat je die later alsnog kunt behalen.” Van Bueren: ”Jullie gaan er vanuit dat duurzaam altijd duurder is, maar is dat wel zo? In hoeverre is dat tekort eigenlijk te linken aan de duurzame ambities?” Schouwaert: ”Dat tekort zit deels in de systematiek van kostentoedeling, daar kun je wel iets aan doen maar niet alles. En dat tekort zit ook deels in de boekwaarde van de grond, die gekocht is in de dure tijd. Het verlies is nog niet genomen. We gaan pas aan de gang bij tenminste een sluitende grondexploitatie.”

Zoeken naar een handelingskader

Ellen van Bueren bestudeert al lange tijd processen van duurzame stedelijke ontwikkeling. Hoe ga je om met de veelheid aan ambities en doelen, ook als ze soms tegenstrijdig zijn of met elkaar concurreren. Van Bueren: “Voor partijen is het zoeken naar een balans: hoe zorg je dat investeringen renderen, nu en in de toekomst? In gebiedsontwikkelingen is iedereen op visieniveau het overal mee eens maar op het moment dat het over geld of contracten gaat, dan is het een stuk ingewikkelder.” Van Bueren ziet in ‘de Tienkamp’ een poging om houvast te creëren door een operationeel kader te bieden. Het benoemen van aandachtsvelden en strategieën legt tegelijkertijd ook de politieke dimensie van gebiedsontwikkeling bloot. ”Zowel de publieke als private kant wordt politiek stelling genomen, welke waarden wil je realiseren in een gebied en voor wie? Dat leidt ook tot hele impliciete keuzes, zoals nul-op-de-meter woningen, waarvan je je kan afvragen of dat op een bepaalde plek het belangrijkste is.“

Infrastructuur is key voor waardeontwikkeling, maar hoe maak je goede keuzes? 

In RijswijkBuiten is met een procesgerichte benadering gewerkt en zijn in een vroeg stadium zowel bestuur, organisatie als externe partijen en kennispartners betrokken. Kan dat voor Barneveld een werkend model zijn? Van Bueren: “Bij zo’n benadering is de sleutelvraag: wie vraag je aan tafel? Het speelveld verandert, en ik verwacht veel verschuivingen. Deels zie je die ook al plaatsvinden, met name op het gebied van infrastructuur. De basisinfrastructuur - vervoer, maar ook ict en energienetwerken - van steden is zeer dominant als het gaat om de toekomstige waarde van gebieden. De manier waarop je de kosten en opbrengsten toerekent, is in dit opzicht langzamerhand toe aan herziening.”

Succesvolle praktijkcases; leren in Amsterdam, Rijswijk, Gendt en Arnhem

De afgelopen periode publiceerde Gebiedsontwikkeling.nu een serie artikelen over succesvolle duurzame gebiedsontwikkelingen. Deze voorlopers op het gebied van duurzaamheid werden bekeken met de Tienkamp-bril op, oftewel ontrafeld op thema’s zoals beschreven in de publicatie “Duurzame Gebiedsontwikkeling, doe de Tienkamp!” De cases:

Ook in Barneveld staan ze voor de keuze welke infrastructuur te kiezen als het gaat om warmte. Schouwaert schetst het dilemma: “Het verschil in tempo is lastig. Je moet nú iets kiezen, want je moet door met je plannen. Gasloos? Uiteraard. Maar wat is het juiste alternatief? De ontwikkelingen gaan zo snel. Met alle vooronderzoeken, beroepsprocedures etc. is bij het doorhakken van de knoop de bedachte oplossing alweer achterhaald. Ik denk dat de sleutel ligt bij fasering, flexibiliteit en ombouwbaarheid.” Van Bueren: ”Datzelfde dilemma zie je ook op grotere schaal, bijvoorbeeld bij de warmterotonde in Zuid-Holland waar ik bij betrokken ben. Gaan we daadwerkelijk vijf miljard uitgeven om warmte uit de haven naar de steden en het Westland te brengen? Of gaan we stukje voor stukje decentraal aan de slag, en hoe ver kom je dan? Interessant is dat het hier vanuit de theorie van procesmanagement strak is opgelijnd; partijen zijn betrokken, verbonden en er is commitment gecreëerd. Maar Shell en partijen die moeten leveren, zitten niet aan tafel. Die hebben te weinig belang bij investeren. Dit soort grote plannen bieden een wenkend perspectief en dat is mooi, maar het is ook risicovol om zo sterk in te zetten op één oplossing.“

Kan de Barneveldse kip uitkomst bieden?

De Zeeuw: ”Even een denkoefening voor Barneveld. Geen gas, wat dan wel?” Van de Griendt: ”Dit komen we heel veel tegen in de praktijk. Restwarmte benutten kan een optie zijn, maar dat geldt vooral in stedelijke gebieden. Voor Barneveld kom je dan uit bij warmtepompen en zonnepanelen. Voor investeerders is een windmolen een aantrekkelijk alternatief maar qua acceptatie echter lastig, tenzij je zo’n ontwikkeling verbindt met de lokale belangen en kansen (investerende burgers-red.). Een laatste alternatief is wellicht biogas afkomstig van de Barneveldse kippen, voor investeerders een zeer aantrekkelijk verhaal. Biogas is per woning ca. 12.000 euro goedkoper dan ‘all electric’. Deze optie sluit helemaal aan bij de filosofie van excelleren op wat het gebied je aanreikt. In dit geval kippen.”

Zonnepanelen

Schouwaert schetst de Barneveldse realiteit: “Wind is politiek geen haalbare kaart. Bovendien is er een culturele dimensie, Barnevelders willen ‘mijn huis, op mijn grond met mijn spullen’. Een experiment met uitgestelde verkoop van bedrijfslocaties - een soort erfpacht - werd om deze reden maar matig enthousiast ontvangen.” Over culturele aspecten wordt volgens Van de Griendt nog te vaak, te gemakkelijk heen gestapt: ”Duurzaamheid is gekaapt door ingenieurs die verstand hebben van energie. Die vooronderstellen een soort rationaliteit waarvan jij zegt: die is er niet. Hetzelfde geldt voor de politiek.” Is de biocentrale op kippenmest een reële optie? Schouwaert: “Het tempoverschil is ook hier spelbreker. Lang voordat het idee is uitontwikkeld, en er een investeerder is gevonden, moet ik al een bestemmingsplan klaar hebben.”

Gaat Barneveld - bij gebrek aan mogelijkheden - dan een beslissing nemen waar ze hoe dan ook spijt van krijgt? Daar is Van de Griendt het niet mee eens, want er zijn nog steeds keuzes te maken. “Tussen bodem- en luchtwarmte bijvoorbeeld. Ga niet voor de energieprestatie want dan wordt het onbetaalbaar. Creëer mogelijkheden om in latere fasen zonnepanelen te plaatsen. Voor 125 euro per woning maak je de woning al inplug klaar. En je kunt bewoners verleiden om ze direct te plaatsen met een mooie inpassing en afwerking.”


In deel twee van ‘Barometer Duurzame gebiedsontwikkeling NL: Bouwen aan Barneveld’ zoomen we in op het thema circulaire economie, een begrip dat bij steeds meer overheden op de politieke agenda prijkt. Wat zijn de mogelijkheden om op gebiedsniveau circulariteit te bewerkstelligen? En wat kan een gemeente als Barneveld hiermee?


Auteur:

Portret - Danielle Niederer
Danielle Niederer

Adviseur Ruimtelijke ontwikkeling & communicatie

Recente artikelen