Recensie Boeken over de volkshuisvesting des vaderlands zijn er genoeg, maar ze kiezen veelal de afstandelijke, beleidsmatige of wetenschappelijke invalshoek. Historicus Wouter Beekers koos bij het schrijven aan ‘Wonen, wonen, wonen’ voor een mensgerichte benadering. Dat geeft ruim anderhalve woonbeleid in Nederland een andere dimensie.
Om mee te beginnen: het momentum voor de uitgave van een boek over het wonen in Nederland is niet slecht gekozen. De publicatie Wonen, wonen, wonen. Geschiedenis van de volkshuisvesting in Nederland verscheen dit voorjaar in een tijdsgewricht waarin het weer over het V-woord mag gaan: Volkshuisvesting. Eerder viel die ‘eer’ al te beurt aan de RO van Ruimtelijke Ordening, waarvan de herontdekking vorig jaar culmineerde in het verschijnen van de Ontwerp-Nota Ruimte. Een vergelijkbare Nota Volkshuisvesting werd voor het laatst in 1988 gepubliceerd, toen nog onder leiding van staatssecretaris Enneüs Heerma (CDA). Deze nota, die de titel ‘Volkshuisvesting in de jaren negentig’ meekreeg, was destijds bedoeld om de overgang te maken naar een systeem waarbinnen de rijksoverheid haar betrokkenheid bij het wonen fors zou gaan afbouwen. Een operatie die uiteindelijk werd bezegeld met het opheffen van het ministerie van VROM in 2010 en niet veel later het terugbrengen van de woningcorporaties naar hun kerntaken, door toenmalig VVD-minister Stef Blok (die in die tijd de fameuze frase “Nederland is af” zou hebben gebezigd).
Inmiddels is het tij weer volledig gekeerd. De woningnood geldt weer ongeveer als volksvijand nummer één (iets wat in 1948 ook al gebeurde) en nadat het de afgelopen jaren vooral over ‘bouwen, bouwen, bouwen’ ging (wat nog maar schoorvoetend lukt), verschuift de aandacht inmiddels naar een breder debat over het wonen in Nederland. In dat verband moet bijvoorbeeld de publicatie van het College van Rijksadviseurs worden gezien (Thuis in de toekomst), alsmede de lancering vorige week van het online platform De Volkshuisvester.
Wouter Beekers, opgeleid als historicus en in het dagelijks leven directeur van de Stichting Visitaties Woningcorporaties Nederland (SVWN), voegt daar nu een dimensie aan toe met zijn persoonlijke relaas over de geschiedenis van de volkshuisvesting in Nederland. Hij laat deze medio 19de eeuw beginnen, dus nog ruim voor de vaststelling van de Woningwet – in 2026 125 jaar geleden. In die tijd namen particulieren het initiatief om iets te gaan doen aan de treurige woonomstandigheden in veel Nederlandse steden. In het vervolg van de publicatie passeren dan de veelal wel bekende mijlpalen de revue, van de oprichting van de woningcorporaties, het verbreden van de rijkssteun en de verbinding met de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland. Het bijzondere van de aanpak van Beekers is daarbij dat hij voor het persoonlijke perspectief kiest. Hij doet dat door zowel zijn eigen woongeschiedenis in Rotterdam-Coolhaven te belichten als het wedervaren van zijn familie terug te laten komen in de verschillende hoofdstukken. Maar ook de ‘hoofdpersonen’ uit ruim anderhalve eeuw woongeschiedenis worden van dichtbij belicht. Dat levert soms indringende beelden op, zoals het levenseinde van de voormalige Amsterdams wethouder Monne de Miranda, die in 1942 in kamp Amersfoort op wrede wijze werd vermoord (p. 174).
Wonen, wonen, wonen. Geschiedenis van de volkshuisvesting in Nederland
Toelichting van de uitgever: “Woningnood teistert ons land. Vele jongeren kunnen niet meer aan een huis komen. Wat is er gebeurd met de volkshuisvesting, ooit ’s lands trots? Lang werd er wereldwijd met bewondering gesproken over Nederland als het mekka van de sociale woningbouw. Hoe kan het dat het aandeel sociale huurwoningen tegenwoordig daalt, dat veel tuindorpen van weleer probleemwijken zijn geworden, en dat woningcorporaties en hun huurders vaak lijnrecht tegenover elkaar staan? Met persoonlijke verhalen en beeldende anekdotes schetst Wouter Beekers de geschiedenis van het wonen in Nederland. Zo keert hij terug naar de bedoeling van de volkshuisvesting: een project voor het volk en van het volk, een gezamenlijk doel dat ons vandaag nog altijd kan inspireren.”

- Uitgever
- Boom
- Auteur
- Wouter Beekers
- Jaar van uitgave
- 2026
- Aantal pagina’s
- 304
- Prijs
- 29,90
Uiteraard valt er ook nog wel wat af te dingen op de inhoud van ‘Wonen, wonen, wonen’. Het zou te ver gaan om dit boek nu tot dé geschiedenis van de volkshuisvesting in Nederland te benoemen. Daarvoor ligt de nadruk te eenzijdig op de verhouding tussen woningcorporaties en hun huurders (waartussen volgens Beekers in de loop der jaren een forse kloof is ontstaan). De hele productiekant van de woningbouw blijft bijvoorbeeld buiten beeld; er is geen aandacht voor wat marktpartijen en bouwers aan het wonen hebben bijgedragen. Verder is de nadruk op (vooral) Amsterdam en Rotterdam nogal groot, andere steden komen er bekaaid af. De bovengenoemde persoonlijke invulling van de historie leidt soms ook tot ontboezemingen waarvan ik me afvraag: moeten we dit weten? Is het relevant (p. 240) dat stedenbouwkundige Riek Bakker “openlijk lesbisch” was en dat ex-minister Ella Vogelaar “worstelde met depressies”, “haar strijd zou uiteindelijk eindigen in zelfmoord” (p. 265)? Niet in de laatste plaats blijft uiteindelijk onduidelijk wat Beekers nu zelf vindt van de ontwikkeling dat de woningcorporaties het in Nederland voor het zeggen hebben gekregen bij het voorzien in van goede en betaalbare woningen. Zij zijn de grootaanbieder geworden, maar tegelijkertijd zijn zij de verbinding met de huurders grotendeels kwijtgeraakt: “De volkshuisvesting is haar maatschappelijke verankering kwijt en voor een brede volkshuisvesting blijkt geen draagvlak meer.”
Niet expliciet
Juist op dit punt wordt de lezer nieuwsgierig naar de persoonlijke ervaringen van Beekers: hij was recent een jaar directeur bij de Rotterdamse wooncorporatie Woonbron en onderzoekt nu vanuit de SWWN de maatschappelijke prestaties en verankering van woningcorporaties. Hoe deze ervaringen bijdragen aan zijn eigen visie op het wonen in Nederland, wordt evenwel niet expliciet gemaakt. En hoewel Beekers het boek positief afsluit (“Politici spreken over een terugkeer van de volkshuisvesting. Vooralsnog vindt die terugkeer vooral plaats in woorden. Maar woorden zijn niet zonder betekenis. Zij kunnen leiden tot nieuwe praktijken.”), ontbreekt een concreet handelingsperspectief over hoe de betrokken partijen daar invulling aan kunnen gaan geven.

‘Zaanstraat_250’ (bron: Marion Golsteijn)
Niettemin is de afdronk van ‘Wonen, wonen, wonen’ positief. Het boek is vlot en toegankelijk geschreven en er straalt een grote betrokkenheid uit bij al die mensen die zich in anderhalve eeuw hebben ingezet voor de volkshuisvesting in Nederland: van de vrouwelijke woningopzichteressen van eind 19de eeuw tot en met VRO-minister Hugo de Jonge in onze tijd. In die zin is het een zeer welkome aanvulling op de meer ‘technische’ en beleidsmatige beschrijvingen van de volkswoningbouw in Nederland.
Cover: ‘8252872354_a9cb27910e_c’ (bron: Rory Hyde)






