Persoonlijk AM-Gebiedsontwikkelaar Edwin Greuter neemt ons mee naar Lissabon. De straatstenen in de Portugese hoofdstad inspireren hem tot een pleidooi voor aandacht. En dan niet primair voor het functioneel gebruik (zoals gebruikelijk in ons vak), maar voor betekenis. Omdat betekenis bepaalt hoe plekken worden ervaren en hoe houdbaar zij blijken in de tijd.
We kijken over de grens
Ook deze zomer nemen diverse professionals op Gebiedsontwikkeling.nu een kijkje over de grens. Zo bracht een groep van 24 MCD-alumni een mei een bezoek aan de Beierse hoofdstad München. Martijn van Veelen rapporteerde namens de groep in dit artikel. Friso de Zeeuw reisde zowel zuid- als oostwaarts en bracht de transformatie van de Noord-Franse steden Lille en Roubaix in beeld, alsmede de vernieuwing van groeistad Halle-Neustadt (in de voormalige DDR). Claudia Bouwens nam de klimaatbestendigheid van Kopenhagen onder de loep en Go.nu-eindredacteur Kees de Graaf bezocht Wenen.
Lissabon lijkt gemaakt voor ansichtkaarten, met haar uitzichtpunten, kleurrijke gevels en gele trammetjes die onvermoeibaar door de smalle straatjes omhoog klimmen. Toch bleef deze uiterlijke schoonheid mij niet het meest bij. Het was een eenvoudig terras waar een ober, onberispelijk gekleed en met de rustige vanzelfsprekendheid van iemand die zijn vak al tientallen jaren uitoefent, mijn ijskoude biertje kwam brengen. Hij sprak me aan in het Portugees, draaide de fles zodat het etiket naar mij wees en schonk het glas rustig in. Niet gehaast, niet overdreven vriendelijk en zonder de uitbundigheid die je tegenwoordig op veel toeristische plekken tegenkomt.

Straatbeeld van Lissabon met de kenmerkende basalt- en kalkzandstenen.
‘Straatbeeld Lissabon’ (bron: Edwin Greuter)
Later die week viel me hetzelfde op toen ik een cappuccino bestelde. Geen haastig geserveerd kopje waarbij de melk langs de rand was gelopen en opgedroogd op het schoteltje lag. Geen verpakt snoepje uit een anonieme fabriek, maar gewoon een goede cappuccino. Zorgvuldig bereid en geserveerd met dezelfde vanzelfsprekende aandacht die ik eerder bij de ober had gezien. Vergezeld van een pastel de nata van de bakker aan de overkant van het Rossioplein.
Volledig aanwezig
Ik vroeg me af waarom juist deze kleine momenten me zo bijbleven. Er gebeurde niets spectaculairs en toch bleven deze ervaringen hangen. Ze herinnerden aan iets wat steeds schaarser lijkt te worden: de ervaring dat iemand volledig aanwezig is bij wat hij doet. Juist die toewijding maakte de eenvoudige terrasbezoeken bijzonder. De Franse filosofe Simone Weil schreef ooit dat aandacht de zuiverste vorm van vrijgevigheid is. Misschien bedoelde zij daarmee niet dat we meer voor elkaar moeten doen, maar dat we leren werkelijk aanwezig te zijn in wat we doen. Dat klinkt eenvoudig, maar misschien schuilt daarin juist de moeilijkheid. Veel van ons werk is georganiseerd rondom snelheid. We scannen een QR-code, plaatsen onze bestelling en rekenen af zonder dat iemand ons nog aankijkt. Efficiënt is het zeker, maar ergens onderweg lijkt ook iets verloren te zijn gegaan. Technologie maakt ons leven gemakkelijker, maar iedere stap die menselijke aandacht overneemt, verkleint ook de ruimte voor werkelijk contact.

Voelbare aandacht bij het maken, presenteren en verkopen van de bekende pastel de nata.
‘Bakker Lissabon’ (bron: Edwin Greuter)
In zo’n omgeving komt aandacht gemakkelijk onder druk te staan. Niet uit onwil, maar omdat de ruimte ervoor steeds kleiner wordt. Daarom vermoed ik dat mijn ervaring op het terras uiteindelijk minder over gastvrijheid ging dan over vakmanschap. Misschien is vakmanschap wel aandacht die langdurig is geoefend. Aandacht is de houding. Vakmanschap is wat daarvan zichtbaar wordt. Het moment waarop betrokkenheid zich vertaalt in handelen. In veel landen wordt het werk van een ober gezien als tijdelijk werk. Iets wat je doet naast een studie of totdat er iets anders op je pad komt. In Lissabon kreeg ik een andere indruk. Daar leek ober zijn nog echt een vak. Een beroep waarin ervaring zichtbaar wordt in kleine handelingen. Niet in grote gebaren, maar in de vanzelfsprekendheid waarmee iets gebeurt. Dat is wat kwaliteit zichtbaar maakt. Dat iemand niet alleen een taak uitvoert, maar zich met zijn werk verbindt. Juist daarin herkennen we kwaliteit.
Vakmanschap is het verlangen om iets goed te doen omwille van het werk zelf, aldus de Amerikaans arbeidssocioloog Richard Sennett. Misschien herkennen we dat onmiddellijk wanneer we het tegenkomen. We hoeven het nauwelijks te analyseren. Kwaliteit laat zich vaak voelen voordat ze zichtbaar wordt. We herkennen het in de bakker die iedere ochtend opnieuw deeg kneedt, in de hovenier die zorgvuldig snoeit, in de tegelzetter die een patroon net iets preciezer laat aansluiten en in de ober die een biertje inschenkt omdat die handeling er werkelijk toe doet.
Gladgeslepen
Tijdens het wandelen door Lissabon begon ik diezelfde zorg ook op andere plekken te zien. Niet alleen op terrassen, maar letterlijk onder mijn voeten. Overal in de stad liggen de karakteristieke Portugese straatstenen. Kleine basaltkeien en kalkstenen die in bogen, golven en andere patronen zijn gelegd. Veel van die patronen verwijzen naar de zee en het maritieme verleden van Portugal. Naast de schoonheid ervan trof mij vooral wat de tijd ermee had gedaan. De stenen zijn door miljoenen voetstappen gladgeslepen. Toch hebben ze niets van hun aantrekkingskracht verloren. Sterker nog, juist door het gebruik zijn ze mooier geworden. Gladder ook, zo heb ik tijdens een lokaal buitje mogen ervaren. De tijd heeft de stenen niet aangetast maar verdiept, letterlijk en figuurlijk.

Calcada Portuguesa: karakteristieke zwart-wit bestrating.
‘Bestrating Lissabon’ (bron: Edwin Greuter)
De straatstenen van Lissabon lijken ontworpen te zijn voor de tijd. Iemand heeft ooit besloten dat een straat meer mocht zijn dan alleen een functionele ondergrond. Dat schoonheid en zorg ook thuishoren op een plek waar dagelijks duizenden mensen overheen lopen. Een ontwerp wat gericht is op continuïteit en nalatenschap in plaats van vervanging. Steeds meer producten lijken ontworpen voor snelle consumptie en snelle vervanging. Ze zijn efficiënt om te maken, efficiënt om te verkopen en vaak ook efficiënt om weer af te danken. Alsof de waarde vooral ligt in de volgende aankoop, in plaats van in de vraag of iets over twintig of vijftig jaar nog betekenis heeft. Zorgvuldig werk maakt dingen niet alleen mooier, maar vaak ook beter. Doordat er meer aandacht wordt besteed aan wat er al is, hoeft er minder te worden toegevoegd. Schoonheid blijkt dan niet alleen een kwestie van vormgeving, maar ook van toewijding. Van de bereidheid aandacht te geven aan details die misschien niet direct opvallen, maar die zich op de lange termijn terugbetalen.
Werkelijk raken
Tijdens mijn reis door Japan hield een vergelijkbare gedachte me bezig. Daar viel me op hoe weinig de omgeving voortdurend iets van je leek te vragen. De stilte waarover ik eerder schreef was uiteindelijk niet alleen de afwezigheid van geluid, maar ook de afwezigheid van voortdurende aanspraken op je aandacht. Daardoor ontstaat ruimte om werkelijk te kijken. Aandacht heeft ruimte nodig. Ruimte om ergens te verblijven in plaats van er alleen maar doorheen te bewegen. Ruimte om te kijken zonder direct te hoeven reageren. Ruimte om een handeling niet uitsluitend vanuit efficiëntie te benaderen, maar ook vanuit betrokkenheid. De socioloog Hartmut Rosa noemt dat resonantie: het moment waarop mens en omgeving elkaar werkelijk raken. Omdat er voldoende openheid bestaat om het te laten gebeuren. Dat was wat me uiteindelijk zo in Lissabon trof: het gevoel dat de dingen precies zoveel aandacht krijgen als ze nodig hebben.
Gaandeweg zag ik dat het steeds om hetzelfde gaat. Niet om biertjes, koffie of straatstenen, maar om de manier waarop aandacht zichtbaar wordt in het werk van mensen. Waar iemand zich werkelijk verbindt met wat hij doet, ontstaat kwaliteit die de tijd lijkt te kunnen doorstaan. Dat geldt voor mensen, maar zeker ook voor de plekken die we met elkaar maken.

Verhoogd terras nabij Rossio waarbij het hoogte verschil met aandacht is ingericht.
‘Terras Lissabon’ (bron: Edwin Greuter)
Antropoloog Danielle Braun gebruikt daarvoor een krachtig beeld: het bouwen van kathedralen. De steenhouwers die eeuwen geleden aan een kathedraal werkten, wisten dat zij het eindresultaat waarschijnlijk nooit zouden zien. Toch bewerkten zij iedere steen met dezelfde aandacht. Omdat zij zich verbonden voelden met iets dat groter was dan henzelf. Het besef waaraan je werkt, verandert de manier waarop je werkt.
In gebiedsontwikkelingsopgaven besteden we veel aandacht aan functies, programma's, mobiliteit en dichtheid. Toch bekruipt me soms de gedachte dat we vooral ontwerpen voor gebruik en minder voor betekenis. Terwijl juist ons vak zich afspeelt op een tijdschaal van generaties. We richten ons op wat een plek moet doen, maar minder op de vraag hoe een plek oud mag worden. Want uiteindelijk ontstaat de kwaliteit van een plek niet alleen door wat wordt gebouwd. Zij ontstaat ook door de manier waarop mensen zich met een plek verbinden. Een plein wordt niet prettig omdat hij functioneel is ingericht. Een plein wordt prettig wanneer mensen er graag terugkomen. Wanneer het onderdeel wordt van routines, ontmoetingen en herinneringen. Wanneer een plek naast een functie ook betekenis heeft.
Die betekenis laat zich moeilijk tekenen op een plattegrond en nog moeilijker vastleggen in een programma van eisen. Toch bepaalt zij in hoge mate hoe een plek uiteindelijk wordt ervaren. We moeten daarom streven naar plekken die vandaag functioneren, maar die over vijftig jaar nog steeds betekenis hebben. Plekken die de tijd doorstaan en er mooier van worden. Net zoals de basaltstenen in Lissabon.

Ook aan in de wijk Belem aan de rand van de stad is de aandacht voor de inrichting zichtbaar.
‘Openbare ruimte Lissabon’ (bron: Edwin Greuter)
Wie werkt aan gebiedsontwikkelingsopgaven draagt een bijzondere verantwoordelijkheid. De plekken waaraan we werken zijn geen producten voor het volgende seizoen, maar onderdelen van de stad die vaak vijftig tot honderd jaar of langer meegaan. De keuzes die we vandaag maken, bepalen hoe toekomstige generaties wonen, ontmoeten, wandelen en herinneringen vormen. Wie aan de stad werkt, werkt voor de mensen van nu, maar ook voor degenen die er later hun leven zullen leiden. Dat vraagt om meer dan efficiëntie of het behalen van een planning. Het vraagt om aandacht. Aandacht voor kwaliteit, voor schoonheid en voor de vraag hoe een plek oud mag worden.
Minder tijd
Dat maakt aandacht vergelijkbaar met vertrouwen. Je kunt de voorwaarden creëren, maar je kunt haar niet afdwingen. Ze ontstaat pas wanneer er voldoende ruimte is om werkelijk aanwezig te zijn. Dat is de paradox van onze tijd. Nog nooit beschikten we over zoveel middelen om tijd te besparen en toch lijkt er steeds minder tijd beschikbaar voor datgene wat werkelijk waarde toevoegt. De ober in Lissabon bracht niet alleen een biertje, maar liet mij achteraf iets veel groters zien. Hetzelfde principe dat zichtbaar wordt in het straatwerk van de stad en uiteindelijk ook in de plekken die we zelf maken. Kwaliteit begint zelden met techniek of efficiëntie. Zij begint met aandacht. Aandacht is daarom geen luxe, zij is een voorwaarde voor alles wat de tijd moet kunnen doorstaan.
Edwin Greuter publiceerde dit artikel eerder op zijn LinkedIn-pagina.
Cover: ‘Zicht op Lissabon’ (bron: Edwin Greuter)






