Hans-Hugo Smit door Gebiedsontwikkeling.nu (bron: Gebiedsontwikkeling.nu)

Verhuurders hoeven zich nergens voor te schamen

21 augustus 2019

2 minuten

Opinie Stedelijk wonen wordt onbetaalbaar. Steeds vaker klinkt als medeoorzaak daarvoor de groeiende ‘buy-to-let’-markt. Doordat particuliere beleggers massaal stedelijke woningen opkopen, zouden ze de huizenprijzen opdrijven. Vliegschaamte en vleesschaamte kennen we al. Komt daar verhuurschaamte bij voor al diegenen die overwegen een verhuurobject aan te schaffen? Dat zou onterecht zijn. Particuliere verhuur heeft veel goede kanten en is niet de bron van onbetaalbaarheid.

CBS berichtte eerder dit jaar nog vrij neutraal dat steeds meer stedelijke koopwoningen muteren naar huurwoningen in eigendom van particuliere beleggers. Minder neutraal sprak Het Parool van een “uitdijende plaag”. Particuliere beleggers worden al snel pandjesbazen of huisjesmelkers genoemd, met tendentieuze artikelen over een Oranjeprins of Rotterdamse vastgoedbaron. De gemeente Amsterdam overweegt regels voor een ‘bewoningsplicht’ en minister Ollongren laat onderzoeken of particuliere beleggers de woningprijzen opdrijven. Hopelijk draagt dat onderzoek bij aan de nodige nuance in het debat.

Een eerste nuancering is dat er in Nederland relatief weinig particuliere huurwoningen zijn, ongeveer 6% van de voorraad. Er zijn dus veel meer koopwoningen (58%) en sociale huurwoningen (29%) en ook meer institutionele beleggerswoningen (7%). Gezien de grote vraag naar vrije sector huurwoningen is een groeiende particuliere huurvoorraad op zich helemaal niet verkeerd. Bovendien: in veel ons omringende landen is het aandeel particuliere verhuur al veel groter.

Een tweede nuancering is dat een ‘particuliere belegger’ meestal geen ‘pandjesbaas’ of ‘huisjesmelker’ is. Tachtig procent van alle particuliere verhuurders verhuurt maar één woning. Vaak als alternatief voor een nauwelijks renderende spaarrekening. Slechts 4% verhuurt vijf of meer woningen. Prins Bernhard en Baron Aat zijn dus de uitzonderingen in particulier beleggersland, niet de regel.

Een laatste nuancering betreft oorzaak en gevolg. De econoom Ricardo stelde 200 jaar geleden dat de prijs van graan niet hoog is, omdat grond duur is, maar dat grond duur is, omdat de prijs van graan hoog is. Iets vergelijkbaars geldt nu voor woningprijzen. Die zijn niet hoog omdat particuliere beleggers massaal woningen kopen; particuliere beleggers kopen die woningen massaal omdat ze zoveel opleveren. Omdat er zoveel mensen zijn die veel geld over hebben voor stedelijk wonen.

Die enorme vraag naar stedelijk wonen is de grootste bron van prijsopdrijving. Zouden we dus niet eigenlijk tegen iedereen die per se in de stad wil wonen, moeten zeggen: ga je schamen?!

https://www.parool.nl/nieuws/is-uitdijende-plaag-van-beleggers-nog-te-keren~bf50e8c0/


Cover: ‘Hans-Hugo Smit’ door Gebiedsontwikkeling.nu (bron: Gebiedsontwikkeling.nu)


Hans-Hugo Smit door Fotograaf (bron: LinkedIn)

Door Hans-Hugo Smit

Sectoranalist Bouw & Gebiedsontwikkeling bij Rabo Real Estate Finance.


Meest recent

De Demer, Zichem door Guido Vermeulen-Perdaen (bron: shutterstock)

Wat is natuur waard in gebiedsontwikkeling? Acht keer meer dan je er instopt

Een Vlaamse natuurorganisatie liet onderzoek doen naar de opbrengsten van investeringen in natuur. De conclusie: iedere euro die natuurherstel kost – in het geval van natuurgebied Demerbroeken – levert acht euro op.

Onderzoek

17 juli 2024

Elektriciteitskabels in de grond door m.jrn (bron: shutterstock)

Gemeenten en de integratie van energie-infrastructuur in de ruimtelijke ordening: een aanvulling op de VNG-Handreiking

Boven en onder de grond gaat onze energie-infrastructuur flink op de schop. Gemeenten spelen hierbij een belangrijke rol. De recente VNG Handreiking helpt ze op weg, maar het mag volgens Mark Koelman een stuk integraler.

Onderzoek

17 juli 2024

Oude Maas, Dordrecht door T.W. van Urk (bron: shutterstock)

Het Maasterras Dordrecht als omgevingsrechtelijke puzzel

Bij het Dordtse Maasterras komen tal van uitdagingen bij elkaar. Dat geldt zeker ook voor de relatie met de Omgevingswet. Hoe verhoudt deze complexe gebiedstransformatie zich tot dit nieuwe planologische regime? Voer voor debat aan de SKG-Thematafel.

Verslag

16 juli 2024