Onderzoek Water en bodem sturend is als begrip niet meer weg te denken uit het vakgebied. Maar hoe neem je dat begrip concreet op in plannen? Daarover tasten de uitvoerende partijen in het duister, door een gebrek aan rijkssturing. Wetenschappers Adela Agnew en Emanuel Ubert onderzochten de lokale vertaling van het principe en laten hun licht schijnen over de kwestie.
De Kamer draagt de regering op in de Nota Ruimte een heldere definitiebepaling van ‘water en bodem sturend’ op te nemen, in lijn met het coalitieakkoord. De impasse rondom water en bodem sturend (wbs) werd in april van dit jaar perfect geïllustreerd door een motie die werd ingediend door Tweede Kamerleden Hanneke Steen (CDA) en Robert van Asten (D66). De strekking: leuk dat we het met z’n allen zo belangrijk principe vinden, maar wat is nu de precieze definitie? En de Kamerleden deden vooral het verzoek: neem een heldere definitie op in de Nota Ruimte zodat er “wederzijds begrip” ontstaat. Een gevoel dat door de meerderheid van de Kamer werd gedeeld.
In dezelfde stemming in april, naar aanleiding van de behandeling van de genoemde Ontwerp-Nota Ruimte, werd ook de motie van Ines Kostić en Christine Teunissen van de Partij voor de Dieren behandeld. In deze motie verzoekt het tweetal de regering “water en bodem sturend integraal te borgen in de Nota Ruimte, met de duidelijke richtlijnen die daarbij horen.” Ook deze motie werd door een meerderheid van de Kamer aangenomen en beide moties kregen ook de instemming van andere partijen uit het vakgebied, zoals de waterschappen.
Kanttekeningen
Na de presentatie van de Ontwerp-Nota Ruimte was er al dezelfde twijfel te horen in het vakgebied rondom de integratie van water en bodem sturend. Ja, het is heel goed dat het onderwerp uitgebreid wordt behandeld. Maar inhoudelijk kan en moet het veel scherper, zei onder andere het Planbureau voor de Leefomgeving. “In de ontwerpnota wordt het thema water en bodem concreet, maar vrijblijvend, uitgewerkt. In de ontwerpnota wordt gesproken van ‘rekening houden met’ water, bodem en ondergrond bij ruimtelijke ontwikkeling en ruimtegebruik, terwijl sinds 2022 het principe ‘water en bodem sturend’ leidend was. Zijn water en bodem dan sturend voor de ontwikkelingen of zijn ze mee te wegen belangen?”
Ook de provincies plaatsten kanttekeningen. Want hoewel ook zij erkennen en waarderen dat het onderwerp uitgebreid wordt behandeld in de nota, zien zij eveneens dat het begrip inmiddels niet langer expliciet als een leidend principe wordt gepositioneerd (wat wel het geval was in de oorspronkelijke Kamerbrief in 2022). Vanuit gebiedsontwikkeling bezien is dit volgens de provincies relevant, omdat water en bodem in hoge mate de fysieke draagkracht bepalen voor gebiedsontwikkelingen. “Wanneer deze randvoorwaarden niet helder zijn, ontstaat onzekerheid over de haalbaarheid en robuustheid van plannen.” In het coalitieakkoord 2026-2030 is namelijk alleen opgenomen dat in de Nota Ruimte ‘water en bodem sturend’ een “richtinggevend principe” wordt.
Verplichting
Het uitblijven van een scherpe, inhoudelijke vertaling is opvallend. Niet alleen omdat het begrip lange tijd als leidend principe werd gezien, maar ook omdat wetenschappers al hadden aangetoond dat de implementatie van water en bodem sturend helemaal niet zo vanzelfsprekend is. Adela Agnew, junior onderzoeker binnen het Resilient Delta Initiative, en Emanuel Ubert, universitair docent Strategic Management aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, schreven eind vorig jaar het onderzoeksrapport From Ambition to Action: Translating ‘Water and Soil as Guiding Principles’ into Practice.
Het tweetal analyseert in het rapport aan de hand van zeven afgeronde, lopende en toekomstige gebiedsontwikkelingen hoe water en bodem sturend als nationale richtlijn “wordt vertaald – of juist niet wordt vertaald – in bindende, lokale actie. Onze vergelijkende analyse laat zien dat de implementatie van wbs niet vanzelfsprekend is en het succes is niet gegarandeerd.” Ubert is dan ook verrast dat er vanuit de landelijke overheid nu niet wordt doorgepakt. “Dit onderwerp verdwijnt niet,” vertelt hij. “De spanning en knelpunten die wij hebben geïdentificeerd, worden alleen maar groter. En de vraag naar huizen wordt ook alleen maar groter, wat de politieke druk en belangen ook alleen maar groter maakt.”
Het is de vraag wie deze kloof wel dicht. Ik zie dat op korte termijn niet gebeuren - Emanuel Ubert
Agnew beaamt de woorden van haar collega-onderzoeker en merkt dat de resultaten van het onderzoek ook worden onderschreven door lokale overheden. “Gemeenten en provincies hebben het vaak over een lack of overview,” zegt ze. “Terwijl dat wel de partijen zijn die met water en bodem sturen aan de slag moeten. Er is duidelijk behoefte aan een partij die de leidende rol op zich neemt en zorgt voor een gecentraliseerde aanpak. Vanuit de landelijke overheid wordt die taak nog niet opgepakt. Tijdens een workshop die wij na het verschijnen van het onderzoek organiseerden, benadrukte het ministerie nog eens dat zij dat ook niet op korte termijn van plan is. Tegelijkertijd gaven andere overheden en private partijen aan op zoek te zijn naar meer duidelijkheid over wat verplicht zou moeten zijn en welke elementen er nog ter discussie staan.”
De druk is er
En dus is aan Agnew en Ubert de vervolgvraag na hun publicatie: wat nu? Het tweetal doet in het rapport suggesties op drie niveaus. Op nationaal niveau zou het Rijk, waar mogelijk, doelstellingen en richtlijnen moeten vaststellen. Verder moeten life cycle cost-berekeningen (LCC) voor 50 jaar worden verplicht en moet het Rijk samen met provincies en gemeenten investeren in voorbeeldprojecten. Deze laten zien wat het toepassen van de wbs-principes in de praktijk daadwerkelijk kan betekenen. Op regionaal niveau vormen provincies en waterschappen volgens de onderzoekers de cruciale schakel tussen nationaal beleid en concrete implementatie. Zij zouden het adagium water en bodem sturend verplicht moeten stellen voor gevoelige gebieden en co-designprocedures voor waterschappen in een vroeg stadium moeten formaliseren. Op lokaal niveau zouden gemeenten, waar mogelijk, speciale teams moeten oprichten en een klimaatbestendig ontwerp moeten uitvragen c.q. belonen in aanbestedingsprocessen.
Ubert: “Vanuit nagenoeg alle cases die wij hebben onderzocht, kregen wij van de betrokken partijen te horen dat zij smachten naar praktische gereedschappen en beleidsmatige ondersteuning om de principes van water en bodem sturend toe te kunnen passen. Wij hebben geprobeerd meer inzicht te geven via ons onderzoek, maar hebben natuurlijk niet dé oplossing. Het is de vraag wie deze kloof wel dicht. Ik zie dat op korte termijn niet gebeuren. Misschien moet het politieke klimaat daar eerst radicaal voor veranderen. Maar de druk is er.”
Breed beschikbaar
Het duo heeft voor het Rijk wel een concrete vervolgstap in gedachten: zorg voor een centrale database met succesverhalen, lessen en mislukte voorbeelden uit de praktijk. “Aan die kennis is zo veel behoefte, hebben wij gemerkt. Er is al veel kennis, maar die is nog heel gefragmenteerd. We moeten op zoek naar manieren om die kennis beter vast te leggen en breed beschikbaar te maken. Dan kan iedereen die kennis op een eigen manier toepassen.”
Docu gepresenteerd op het Waterschapscongres 2026, over de manier waarop provincies, gemeenten en waterschappen invulling geven aan het principe “water en bodem sturend.”
Cover: ‘Hoog water in Holland’ door Picture-Partners (bron: Shutterstock)










