Emmen Emmerhout huizen door Onderwijsgek (bron: Wikimedia Commons)

Woonwijken gebouwd tussen 1965 en 1990, ze blijken verrassend voorbeeldig

12 augustus 2026

5 minuten

Onderzoek De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft 15 naoorlogse woongebieden in kaart laten brengen door bureau SteenhuisMeurs. Ze worden ‘woonlandschappen’ genoemd, doordat bebouwing, water en groen zorgvuldig zijn samengevoegd. Daarmee hebben ze zeker ook betekenis voor de woon- en verstedelijkingsopgave van nu.

Waar de vroegnaoorlogse wijken de laatste jaren meer waardering hebben gekregen (zie bijvoorbeeld dit artikel over de Zwolse wijk Holtenbroek en deze analyse van Emmerhout in Emmen), geldt dat in mindere mate voor de woongebieden die daarna zijn gerealiseerd. In een reactie op de opzet van de eerste generatie wederopbouwwijken – met veel (middel-)hoogbouw – kozen de stedenbouwkundigen vanaf eind jaren 60 van de vorige eeuw voor meer kleinschaligheid. In de vorm van grondgebonden wonen, omgeven met veel groen en water en in veel minder rechtlijnige stedenbouwkundige patronen. Waar sommige critici deze wijken gemakkelijk over een kam scheren als ‘bloemkoolwijken’ zonder een duidelijk begin of eind, blijkt inmiddels dat die generalisatie te gemakkelijk is.

Zorgvuldig vernieuwen

Rond 2010 zagen we de eerste tekenen van een herwaardering van deze generatie woongebieden. De toenmalige Stichting Experimenten Volkshuisvesting (SEV) entameerde een programma getiteld ‘De toekomst van de bloemkoolwijken’ en pleitte in publicaties als ‘Bloemkoolwijken toekomstbestendig maken’ (2012) voor een zorgvuldige vernieuwingsaanpak. Renovatie en gerichte ruimtelijke ingrepen (en geen grootschalige sloop dus) zouden daarin samen moeten gaan met de sociale vernieuwing van de wijken. Een vergelijkbaar pleidooi klonk in deze periode door bij de Bond van Nederlandse Architecten (BNA), die in 2011 een studie liet verrichten door de bureaus HOSPER, M3H en GIDZ naar de mogelijke doorontwikkeling van wijken uit de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw. De samenvattende brochure ‘De ruimte van bloemkoolwijken’ (2012) van de BNA benoemt vijf aanbevelingen voor een mogelijke doorontwikkeling van deze gebieden. Dit gedachtengoed beluisteren we tevens in het werk van het International New Town Institute (INTI), dat pleit voor een herwaardering van de gebouwde erfenis van de groeikernen en daar regelmatig over publiceert. Vermeldenswaard is ook nog een studie van ontwikkelaar Bouwfonds en TU Delft uit 2013, waarin met name de bewonerservaringen een rol speelden.

Ook de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) probeert al enige tijd het negatief getoonzette tij te keren en vraagt aandacht voor deze wijken binnen het Post-65 programma dat de dienst heeft opgezet. In dat verband wordt breed gekeken naar het onroerend goed dat in Nederland tussen 1965 en 1990 is gebouwd. Gebouwen en gebouwtypen uit die tijd worden belicht (zoals de winkelcentra en de bijzondere woonprogramma’s, gestimuleerd door het Rijk) maar de focus ligt zeker op een schaalniveau hoger, dat van de stedenbouw en de landschapsarchitectuur. In 2019 verscheen ‘Opkomst en ontwikkeling van de bloemkoolwijk – Het ontwerp van woonwijken in Nederland en de zoektocht naar identiteit’, geschreven door RCE-onderzoeker Jaap Evert Abrahamse. Deze beschreef de geschiedenis van de totstandkoming van de wijken, alsmede hun vorm en functie en uiteindelijk ook hun ‘ondergang’ toen in Nederland het denken over de compacte stad c.q. Vinex inzette, met weer een geheel andere stedenbouwkundige opzet. Aangekomen in de huidige tijd met volop vraag naar woningbouw, heeft de RCE de Post-65 woonwijken inmiddels ook opgenomen in haar ‘Gereedschapskist voor erfgoedinclusief verdichten’, die bedoeld is voor opdrachtgevers en ontwerpers die woningen aan gebieden willen toevoegen maar daarbij wel de eigenheid ervan willen behouden.

Ontspannen leefomgeving

Het is bij dat laatste dat een nieuwe uitgave van de RCE nu aanhaakt, in de vorm van een essay van Vita Teunissen en Marinke Steenhuis, werkzaam bij bureau SteenhuisMeurs. De titel is welluidend: ‘Post 65-woonlandschappen. Essay over de achtergrond en ruimtelijke kwaliteiten van uitbreidingswijken uit de periode 1965-1990, met een collectie van vijftien exemplarische wijken in Nederland.’ Met de term ‘woonlandschappen’ verwijzen de auteurs naar “de ruime aanleg, de landschappelijke dooradering en de wijze waarop functies en sferen met elkaar zijn vervlochten. De wijken bieden stuk voor stuk een ontspannen leefomgeving, met parken, collectieve tuinen en gevarieerde beplanting, beschut achter geluidswallen en nieuwe bosranden.” Aan de basis van het ontwerp van de wijken ligt een benadering, zo stellen Teunissen en Steenhuis, die overeenkomt met wat we heden ten dage ‘water en bodem sturend’ zouden noemen, in combinatie met aandacht voor de landschappelijke context. Dat laatste begrip is inmiddels in de vorm van ‘landschappelijk ontwikkelen’ ook herontdekt. Zie bijvoorbeeld de ambities van gebiedsontwikkelaar BPD en de inzet van Synchroon op het combineren van landschapsontwikkeling met woningbouw, aan de randen van steden en daartussen.

De Hunze, Groningen door Andre Hosper (bron: Wikimedia Commons)

‘De Hunze, Groningen’ door Andre Hosper (bron: Wikimedia Commons)


Uit een eerste selectie van 30 mogelijk interessante wijken uit de periode 1965-1960 zijn er 15 geselecteerd, uiteenlopend van Lewenborg en Beijum in Groningen tot en met De Hellen in Goirle. De wijken zijn verdeeld in vier “families” en worden gedocumenteerd aan de hand van de hoofdstructuur, de stedenbouw en bebouwing en het landschap. Tekeningen en foto’s maken de beschrijvingen compleet. Het essay begint met een beschouwing waaruit blijkt dat deze woongebieden antwoord gaven op maatschappelijke opgaven die ook nu weer volop in de belangstelling staan: het belang van groen en water, gezondheid, langzaam verkeer en de ontwikkeling van collectieve woonvormen. Alle reden dan ook voor gebiedsontwikkelaars die met deze gebieden bezig zijn of gaan, om kennis te nemen van hoe de wijken zijn ontwikkeld en welke landschappelijke ingrepen daarbij werden gebruikt. In dat verband is het wel opvallend dat noch in het essay noch in een begeleidend schrijven van de RCE het verband wordt gelegd met de eerder genoemde ‘Gereedschapskist voor verdichting’ van de RCE. Mogelijk dat toch ook door stadsontwikkelaars op dit moment begerig wordt gekeken naar de mogelijkheden om in de bloemkoolwijken veel woningen toe te voegen; dit essay biedt daar nu geen directe aanknopingspunten voor. Anders gezegd: er vindt geen verbinding plaats tussen de ‘waardestelling’ en de vertaling daarvan in concrete verdichtingsstrategieën. Ook is bijzonder dat de publicatie op geen enkele manier refereert aan de eerder genoemde studies naar de bloemkool- c.q. woonerfwijken (en hun mogelijke doorontwikkeling), die nota bene werken met dezelfde begrippen om de wijken mee in kaart te brengen. Laat onverlet dat ook deze studie weer kennis toevoegt over de manier waarop er tussen 1965 en 1990 werd vormgegeven aan het wonen. En daarmee bewijs levert voor de stelling dat achterom kijken en leren van beproefde toepassingen kan helpen om de toekomst mee vorm te geven.


Het essay ‘Post-65 woonlandschappen’ is hier te vinden.


Cover: ‘Emmen Emmerhout huizen’ door Onderwijsgek (bron: Wikimedia Commons)


Kees de Graaf door Sander van Wettum (bron: SKG)

Door Kees de Graaf

Eindredacteur Gebiedsontwikkeling.nu


Meest recent

Emmen Emmerhout huizen door Onderwijsgek (bron: Wikimedia Commons)

Woonwijken gebouwd tussen 1965 en 1990, ze blijken verrassend voorbeeldig

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed liet 15 naoorlogse ‘woonlandschappen’ in kaart brengen, waar bebouwing, water en groen zorgvuldig zijn samengevoegd. Daarmee hebben ze ook betekenis voor de woon- en verstedelijkingsopgave van nu.

Onderzoek

12 augustus 2026

Halle (Saale), Duitsland door ArTono (bron: Shutterstock)

Halle-Neustadt: typisch communistische planeconomie, maar met parallellen voor onze (nieuwe) steden

Friso de Zeeuw verdiepte zich als DDR-kenner in de geschiedenis van de Oost-Duitse stad Halle-Neustadt. Waar andere steden zoals Leipzig na een forse krimp weer de weg omhoog vonden, ligt dat hier anders.

Uitgelicht
Casus

11 augustus 2026

Katwijk Auto parkeren centrum-2 door gemeente Katwijk (bron: gemeente Katwijk)

Katwijker wil zijn auto best inruilen voor meer groen

De Participatieve Waarde Evaluatie dringt burgers de dilemma’s op van ambtenaren en bestuurders en brengt zo hun vastgeroeste meningen aan het schuiven. Ook in het versteende Katwijk, dat de openbare ruimte in samenspraak wil verbeteren.

Analyse

10 augustus 2026

Uw gastbijdrage op GO.nu: Over gastbijdragen

Uw gastbijdrage op GO.nu

Wij staan open voor bijdragen uit wetenschap en praktijk. Wij moedigen auteurs aan hun kennis en ervaring te delen.

Over gastbijdragen
Uw project toevoegen: Ga naar de GO-Projectenkaart

Uw project toevoegen

Wilt u graag een gebiedsontwikkeling toevoegen aan de GO-projectenkaart? Vul dan via onderstaande link het formulier in.

Ga naar de GO-Projectenkaart
Uw organisatie bij de SKG: Ga naar de SKG-website

Uw organisatie bij de SKG

Uw organisatie aansluiten op het netwerk van de Stichting Kennis Gebiedsontwikkeling? Neem dan contact op.

Ga naar de SKG-website
Uw bijeenkomst in de agenda: Neem contact op

Uw bijeenkomst in de agenda

U kunt uw gebiedsontwikkeling-gerelateerde evenement aankondigen via onze agenda door contact op te nemen met de redactie.

Neem contact op