Onderzoek Hoe ziet de toepassing van een revolverend fonds eruit voor gebiedsontwikkeling in het landelijk gebied? De provincie Overijssel is op zoek naar het antwoord op die vraag. Onderzoekers concluderen dat de oprichting van een ‘Fonds Landelijk Gebied’ kansrijk is, maar dat er enkele belangrijke randvoorwaarden zijn voor de implementatie.
Dat de ontwikkeling van het landelijk gebied een actueel thema binnen het vakgebied is, blijkt alleen al uit de artikelen die in 2026 over dit thema zijn verschenen op Gebiedsontwikkeling.nu. Het ging over nationale parken die kunnen bijdragen aan de opgaven in het landelijk gebied, over een ‘metaregie’ die vanuit de provincies nodig is om de uitvoeringskracht te vergroten, over dat de rol van grond kan én moet veranderen volgens de Rli en over het creëren van een zachte grens tussen landbouw en natuur. Oftewel: genoeg uitdagingen en dito oplossingen. Maar de grote vraag blijft bij veel van deze pleidooien: hoe ziet de financiering van het een en ander eruit?
Geen wondermiddel
De provincie Overijssel worstelde al langer met die vraag. Daarom werd vorig jaar adviesbureau Lysias ingeschakeld om te onderzoeken of een provinciaal revolverend fonds kan helpen om gebiedsplannen op het platteland werkelijk tot leven te brengen. De conclusies waren destijds duidelijk en interessant. Nee, een Fonds Landelijk Gebied (FLG) is geen wondermiddel voor de benodigde uitvoeringskracht. Maar zo’n revolverend fonds is wel een “cruciale randvoorwaarde” om de eerste stappen te zetten in die ontwikkeling van het landelijk gebied en daarmee een “kansrijk initiatief.” Zo’n fonds kan een “aanvullende randvoorwaarde bieden voor de doorontwikkeling van projecten. Het biedt de mogelijkheid een aanjaagfunctie in te vullen, waarbij ook andere financiers en investeerders ingehaakt kunnen worden. Er ligt met allemaal lopende gebiedsprocessen in Overijssel al een brede voedingsbodem om te investeren in de doorontwikkeling en verduurzaming van het landelijk gebied.”
Na deze conclusies is Overijssel op dit moment bezig met het doorhakken van de bestuurlijke knoop: wel of niet overgaan tot oprichting van een provinciaal Fonds Landelijk Gebied? In een vervolgonderzoek helpt Lysias nu bij het doorhakken van die knoop. Hoe ziet de toepassing van een revolverend fonds eruit voor gebiedsontwikkelingen in het landelijk gebied? Centraal staat daarbij de ‘3x3 aanpak’ van Overijssel. Vanuit drie doelen, drie randvoorwaarden en drie categorieën boeren werkt de provincie aan een nieuwe koers voor het landelijk gebied. In het onderzoek wordt op basis van drie praktijkvoorbeelden uit andere Nederlandse provincies gekeken of zo’n fonds kan helpen bij het versterken van die aanpak en het realiseren van de bijbehorende doelen.
Complexe processen
Uit de analyse van deze drie projecten (Boeren op Schier, Grondcoöperatie Rijkdom, Buijtenland van Rhoon) blijkt volgens de onderzoekers dat de opgaven in het landelijk gebied vragen om maatwerk “in zowel aanpak als financiering.” Er is een aantal overeenkomsten die “richtinggevend” zijn voor de mogelijke ontwikkeling van het Fonds Landelijk Gebied (FLG). Het gaat om complexe gebiedsprocessen waarin maatschappelijke doelen als natuurherstel, toekomstbestendige landbouw en sociaaleconomisch perspectief samenkomen met de individuele zakelijke belangen van agrariërs. “Juist op dit snijvlak kan een FLG van toegevoegde waarde zijn,” is de conclusie. Gebiedsontwikkeling begint in alle casussen niet bij de financiering, maar bij “een complex samenspel van urgentie, belangen, onzekerheden en timing.”
Een andere conclusie die voorkomt uit de analyse van Lysias, is dat collectieve arrangementen, zoals coöperaties of gezamenlijke investeringen, “cruciaal zijn” voor het realiseren van doelen in het landelijk gebied. “Samenwerking vergroot het draagvlak, maakt schaal mogelijk en draagt bij aan samenhang in het gebied.” Maar, tegelijkertijd blijkt dat collectiviteit kwetsbaar is zonder “duidelijke afspraken over besluitvorming, winstdeling, risicoverdeling en eigenaarschap. Voor een FLG in Overijssel betekent dit dat financiering aan collectieve initiatieven altijd gepaard moet gaan met heldere governance-eisen.”
Toegevoegde waarde
De afsluitende conclusie van de onderzoekers biedt veel hoop voor gebiedsontwikkelaars binnen en buiten Overijssel die met het landelijk gebied aan de slag willen en/of moeten: “De uitwerking van de praktijkvoorbeelden laat zien dat de oprichting van een Fonds Landelijk Gebied in Overijssel kansrijk is, mits het fonds wordt ingericht als een flexibel, publiek gedreven en impactgericht instrument dat aansluit bij de dynamiek van gebiedsprocessen.” De drie niet-Overijsselse casussen laten volgens de onderzoekers zien dat succesvolle gebiedsontwikkeling vraagt om maatwerk, flexibiliteit en een lange adem. “Financiële haalbaarheid ontstaat vaak pas op de middellange tot lange termijn, terwijl investeringen en risico’s aan de voorkant liggen.”
Daarmee kan het fonds het verschil maken tussen beleidsambities en daadwerkelijke uitvoering in het landelijk gebied
Een Fonds Landelijk Gebied kan in deze context dan ook een belangrijke toegevoegde waarde hebben. “Niet als vervanging van bestaand beleid of subsidieregelingen, maar als aanvullend, stimulerend en verbindend instrument dat publieke en private middelen samenbrengt en gericht inzet op gebiedsprocessen. Een FLG kan bijdragen aan het realiseren van de 3x3-doelen door integraliteit te bevorderen, risico’s te delen en gebiedspartijen handelingsperspectief te bieden. Daarmee kan het fonds het verschil maken tussen beleidsambities en daadwerkelijke uitvoering in het landelijk gebied.”
Impressie van het ‘natuurinclusief boeren’ bij het experiment Buijtenland van Rhoon.
Cover: ‘Luchtfoto van een rivier. Zwarte Water met de stad Zwartsluis’ door AlbHen (bron: Shutterstock)








